Vandaag, maandag 25 juli 2011, wordt het reguleringsmodel van de Taskforce Handhaving Cannabis (THC) digitaal gepubliceerd en verspreid onder politici en de media. De Taskforce Handhaving Cannabis is een werkgroep met vertegenwoordigers van de Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod en de coffeeshopbranche.
Als de Tweede Kamer terug is van zomerreces zal een papieren versie van het THC-model worden gepresenteerd. Hieronder volgt de letterlijke tekst van het model, inclusief inleiding en voetnoten.

Taskforce
Handhaving
Cannabis
25 juli 2011
*
*
‘Er wordt hier een beetje schamper gedaan over de coffeeshop, maar de coffeeshop is een werelddoorbraak. Want het is het sterkste bewijs dat de hele drugsoorlog niet nodig is.’
(Raymond Dufour, voorzitter Stichting Drugsbeleid, TROS Nieuwsshow 3 juni 2011)
‘End the criminalization, marginalization and stigmatization of people who use drugs but who do no harm to others. Challenge rather than reinforce common misconceptions about drug markets, drug use and drug dependence. Encourage experimentation by governments with models of legal regulation of drugs to undermine the power of organized crime and safeguard the health and security of their citizens. This recommendation applies especially to cannabis, but we also encourage other experiments in decriminalization and legal regulation that can accomplish these objectives and provide models for others.
Break the taboo on debate and reform. The time for action is now.’
(Rapport Global Commission on Drug Policy, juni 2011)
De Taskforce Handhaving Cannabis (THC) is in de zomer van 2010 opgericht om een concreet en haalbaar model te ontwikkelen voor regulering van cannabis in Nederland. De taskforce bestaat uit consumenten, coffeeshopexploitanten, activisten en deskundigen. Door expertise en ervaring te bundelen hopen wij een bijdrage te leveren aan het debat over modernisering van het cannabisbeleid.
Het cannabisbeleid is op het gebied van de volksgezondheid onmiskenbaar succesvol. De scheiding van markten is een feit, het gebruik van hard drugs ligt ver onder het Europees gemiddelde, evenals het aantal drugsdoden én het cannabisgebruik [1]. Het afzien van vervolging en de relatief eenvoudige verkrijgbaarheid van kleine hoeveelheden cannabis heeft niet geleid tot meer gebruik, maar wel tot aanzienlijk minder gevangenen en een inzichtelijke verkoop. De coffeeshop is uitgegroeid tot een unieke vorm van droge horeca, met een belangrijke sociale en voorlichtingsfunctie [2].
Het kabinet heeft op 27 mei 2011 een serie voorstellen gelanceerd om coffeeshops om te vormen tot besloten clubs. Deze clubs hebben een maximaal aantal leden die in Nederland moeten wonen, een verplichte clubpas en registratie van consumentengegevens. Bovendien moeten zij op minimaal 350 meter afstand liggen van scholen van voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs.
De THC karakteriseert deze maatregelen als contraproductieve symboolpolitiek. De échte problemen spelen immers niet aan de voordeur, maar aan de achterdeur: bij de aanlevering van de coffeeshop. Door de criminogene situatie aan de achterdeur te handhaven en tegelijk de drempel voor coffeeshopbezoekers enorm te verhogen creëert dit kabinet wat zij zegt te willen bestrijden: criminaliteit en overlast. Ondertussen blijven honderdduizenden consumenten verstoken van deugdelijke productinformatie over en controle op het roesmiddel van hun keuze.
Wereldwijd klinkt de roep om een andere benadering van het fenomeen drugs steeds luider [3]. Het centrale inzicht achter deze roep: criminalisering van gebruik, productie en handel van roesmiddelen heeft geen effect op de omvang van het gebruik en veroorzaakt veel meer problemen dan deze middelen zelf. De war on drugs is op een hopeloos fiasco uitgedraaid en moet stoppen.
Niettemin kiest onze regering voor een louter repressieve koers, die onvermijdelijk leidt tot verdere criminalisering van de consument en de cannabisbranche en meer winst voor het illegale circuit en criminele organisaties. De enige duurzame oplossing is evident én haalbaar binnen de internationale kaders: transparante en handhaafbare regulering van de cannabisteelt en de aanvoer naar de coffeeshops. De tijd is rijp voor échte oplossingen, zoals Gerd Leers benadrukte bij het tweede Cannabis Tribunaal op 3 mei 2010:
“We kunnen niet langer voortgaan op de huidige weg. Het moét anders. Dat hebben ook landen als Tsjechië, Spanje en Portugal begrepen. (…) Ik denk dat de tijd rijp is voor een Europa Conferentie: een conferentie van vooral een praktische aanpak. Niet van moraliseren en politiseren, maar van reguleren en implementeren. Ik zou u dan ook willen oproepen daar uw denkkracht op in te zetten.”
Wij hebben Leers’ advies ter harte genomen, met dit model als resultaat. Anders dan de kabinetsplannen -waarvan nog maar zeer de vraag is of zij juridisch haalbaar zijn- biedt het THC model een oplossing voor de problemen die nu bestaan rond productie en distributie van cannabis. Eerdere versies zijn uitgebreid bediscussieerd, o.a. tijdens openbare debatten in het land [4] en bij het derde Cannabis Tribunaal. Een grote en diverse groep deskundigen en direct betrokkenen heeft aan de totstandkoming bijgedragen, doch de eindverantwoording ligt uitsluitend bij ondergetekenden.
De Taskforce Handhaving Cannabis,
Derrick Bergman (Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod)
Myranda Bruin (Vereniging Rotterdamse Coffeeshopondernemers)
Marc Josemans (Vereniging Officiële Coffeeshops Maastricht)
Joep Oomen (European Coalition for Just and Effective Drug Polices)
—————————————————————————————————
Het afstandscriterium is een schoolvoorbeeld van contraproductieve symboolpolitiek. Ten eerste omdat minderjarigen nu al niet in coffeeshops mogen komen. In 2009 bedroeg het aantal geregistreerde overtredingen van het zogenaamde J-criterium (toegangsverbod jeugdigen) in alle Nederlandse coffeeshops samen zes [10]. Ten tweede is het zeer de vraag of cannabisgebruik onder jongeren samenhangt met de nabijheid van een coffeeshop. Uit onderzoek in Rotterdam blijkt dat sinds invoering van het 250 meter afstandscriterium in 2009 het cannabisgebruik noch het normbesef onder minderjarigen is veranderd [11].
Het cannabisgebruik onder Nederlandse jongeren ligt al jaren lager dan in andere EU-landen, waar geen coffeeshops bestaan. Van alle Nederlanders tussen 15 en 24 jaar heeft 11,4 procent in het laatste jaar cannabis gebruikt, in Frankrijk is dat 21,7 procent [12]. Daar komt bij dat slechts 23 procent van de Nederlandse gemeenten coffeeshops heeft, de overige 77 procent dus niet. Toch verschilt het cannabisgebruik van jongeren in gemeenten met en zonder coffeeshops nauwelijks. Een afstandscriterium is dus onnodig en zal meer kwaad dan goed doen. Een coffeeshop in de buurt van een school zal eerder voor meer controle (scooterdealers bij scholen worden weggehouden) zorgen.
Harde handhaving van een afstandscriterium van 350 meter betekent sluiting van zeker de helft van het huidige aantal coffeeshops [13]. Daarmee zullen de resterende shops alleen maar vaker worden bezocht en wordt grootschaligheid bevorderd, precies het tegenovergestelde van wat het kabinet beoogt.
De langverwachte uitspraak van de Raad van State van 29 juni jl. heeft niet de duidelijkheid gebracht waarop was gehoopt. De Raad van State gedoogt het discrimineren van niet-ingezetenen alleen als er aantoonbare overlast is door drugstoerisme, voor de duur van die overlast en alleen als die overlast met andere, minder zware maatregelen niet te bestrijden is. Duidelijk is in ieder geval dat dit vonnis geen juridische vrijbrief is voor landelijke invoering van een wietpas.
Een verplicht pasjessysteem zal voor de meeste coffeeshopbezoekers een onacceptabele drempel betekenen [14]. Zij vragen zich terecht af waarom zij zich voor de aankoop van cannabis moeten registreren, terwijl alcohol en tabak -middelen die veel hoger scoren op de wetenschappelijke rangschikking naar schadelijkheid [15]- vrijelijk verkrijgbaar zijn. Permanente registratie zal veel consumenten het gevoel geven dat zij geen consumenten zijn, maar patiënten of delinquenten.
Verwacht mag worden dat een aanzienlijk deel van de huidige coffeeshopbezoekers zal kiezen voor het illegale circuit om het pasjessysteem te omzeilen. Dat circuit zal dus groeien, met alle gevolgen van dien: ongecontroleerde productie, overlast van drugsrunners, scooter- en huisdealers, vermenging van de markten voor hard en soft drugs, ruimere beschikbaarheid van drugs voor jongeren etc.
Met de gecombineerde invoering van een ruimer afstandscriterium en een wietpas speelt de overheid criminelen in de kaart. De gewone burger betaalt de prijs: meer overlast in de buurt, meer criminaliteit, grotere risico’s voor de volksgezondheid en honderden miljoenen belastinggeld voor de falende handhaving van het onnodige en onhoudbare cannabisverbod.
De vermeende risico’s van een hoog THC-gehalte in Nederlandse wiet hebben de laatste jaren ruime aandacht gekregen. De beeldvorming als zou dit THC-gehalte leiden tot schooluitval, onhandelbaar
gedrag van jongeren en psychische problemen bij gebruikers, heeft geleid tot een ronduit vijandig
klimaat jegens coffeeshops en cannabis. Sommige politici pleiten inmiddels voor afschaffing van het wettelijk onderscheid tussen soft en hard drugs en daarmee liquidatie van het coffeeshopbeleid. De uitdrukking ‘het kind met het badwater weggooien’ is hier van toepassing.
Het is ronduit voorbarig om cannabis of THC aan te duiden als oorzaak van psychische problemen bij jongeren, bijvoorbeeld gezien de recente wetenschappelijke inzichten over de rol van cannabidiol (CBD) bij het effect van cannabis. CBD, een van de ruim zestig verschillende cannabinoïden die de plant naast THC bevat, blijkt de ontwikkeling van psychoses juist af te remmen [16]. Helaas lijkt elke nuance te zijn verdwenen uit de discussie over de gezondheidsrisico’s van cannabis en het maatschappelijke nut van coffeeshops. Feiten spelen een ondergeschikte rol in het cannabisdebat dat -zowel in de media als in de politiek- wordt beheerst door emotie en niet onderbouwde aannames.
De repressieve zero tolerance koers van het kabinet is des te opmerkelijker nu de internationale steun voor decriminalisering van cannabis en beëindiging van de war on drugs groter is dan ooit tevoren. In een essay in het Nederlands Juristen Blad [17] schreef criminoloog en drugsdeskundige Tim Boekhout van Solinge over deze paradox:
“Welbeschouwd is het gek dat uitgerekend Nederland met zijn coffeeshops de juridische mogelijkheden tot minder illegale wietteelt niet bestudeert. Dit kan worden verklaard door de wet van de remmende voorsprong. Nederland liep voorop met zijn niet-punitieve drugsbeleid maar is daar na buitenlandse kritiek en conservatieve politiek van teruggekrabbeld, met als gevolg dat het nauwelijks nog nadenkt over hoe het beleid verder en beter kan.
(…)
De politieke onwil om pragmatisch -en dus niet ideologisch- na te denken over de wijze waarop de overheid kan interveniëren in deze vooralsnog volledige illegale markt, al dan niet via een regulering van het cannabisaanbod, is de belangrijkste reden dat er nog zo veel cannabiscriminaliteit is. Het standpunt drugs te verbieden ter bescherming van volk en vooral jeugd is in feite criminogeen. Het voedt criminaliteit en houdt georganiseerde misdaad in stand.”
Het meest gehoorde argument tegen regulering van de cannabisteelt betreft de vermeende onverenigbaarheid met de internationale drugsverdragen die Nederland heeft ondertekend. Gesteld wordt dat elke vorm van experiment of regulering strijdig is met deze verdragen. Dit is niet juist: de relevante VN-verdragen geven lidstaten expliciet ruimte om voor ‘geneeskundige en wetenschappelijke doelen’ af te wijken van de verdragsverplichtingen.
Wat de Europese Unie betreft: nog in december 2010 verklaarde Dana Spinant, hoofd van de Anti-Drug Policy Coordination Unit van de Europese Commissie, dat de verantwoordelijkheid voor regulering van de binnenlandse cannabismarkt volledig bij de EU-lidstaten zelf ligt [18]. Voormalig eurocommissaris voor justitie Frattini liet zich in 2005 in soortgelijke bewoordingen uit: “Het drugsbeleid is een zaak van de lidstaten zelf… Ieder land mag zijn eigen drugsbeleid voeren, maar ze moeten wel de grensoverschrijdende effecten bestrijden, zoals de smokkel in drugs.” [19]
De Nederlandse regering kan het volgende stappenplan bewandelen om een regulering van de cannabisteelt te bewerkstelligen zonder internationale verdragen te schenden.
De ontwikkeling van ons cannabisbeleid is op een cruciale tweesprong beland. De belangrijkste vragen die beantwoord moeten worden: laten we de teelt en groothandel van cannabis in de toekomst over aan criminelen of gaan we eindelijk reguleren? Kiezen we voor controleren of criminaliseren? Kiezen we voor cannabisverkoop op straten, schoolpleinen en vanuit woonhuizen of verkoop in de veilige en vertrouwde omgeving die de coffeeshop nu nog is? Willen we meer overlast of meer overzicht? Zero tolerance zonder zinvol effect of harm reduction met minder overlast en criminaliteit?
Het THC model is een eerste aanzet voor pragmatische en rationele regulering van cannabis in Nederland. Het model berust op expertise en ervaring van direct betrokkenen, beschikt over een ruim draagvlak en is praktisch uitvoerbaar en haalbaar. Zolang ons land grootschalige export blijft bestrijden, is er voldoende ruimte om ons cannabisbeleid te moderniseren. De onmiskenbare trend richting decriminalisering van cannabis in Portugal, Tsjechië, België, Spanje, de VS, en Zuid-Amerika is een steun in de rug voor Nederlandse politici met lef en visie bij het nemen van hun verantwoordelijkheid.
1] ‘Evaluatie van het Nederlandse drugsbeleid’, WODC/Trimbos Instituut, 2009, tabel 5.1, pag. 70. Het recent (laatste jaar) gebruik van cannabis in alle 27 EU-landen bedraagt 7 procent, in de EU-15 landen plus Noorwegen 7,5, in Nederland 5,4, in Australië 9,1, in de VS 10,1 en in Canada 15,4 procent. In de drugsnota van 2000, ‘Het pad naar de achterdeur’, concludeert het ministerie van justitie: ‘Veruit het grootste deel van de cannabisgebruikers [stopt] voor hun dertigste met het gebruik zonder ooit harddrugs te hebben gebruikt’.
2] Zie hierover bijvoorbeeld: ‘Sociale functies van 115 Amsterdamse coffeeshops’, Adviesburo Drugs, 1994. Socioloog en emeritus hoogleraar milieukunde Egbert Tellegen schrijft in ‘Het utopisme van de drugsbestrijding’ (Mets & Schilt, 2008): ‘De unieke Nederlandse uitvinding van de coffeeshop had allang uitgeroepen moeten worden als de belangrijkste Nederlandse sociale innovatie van de afgelopen halve eeuw.’
3] Het rapport van de Global Commission on Drug Policy, verschenen op 1 juni 2011, is in dit verband een historische doorbraak. Negentien voormalige wereldleiders, Nobelprijswinnaars, diplomaten en top-ondernemers (o.a. Kofi Annan, Javier Solana en Richard Branson) roepen de huidige politieke leiders op te erkennen dat de war on drugs een fiasco is en te kiezen voor decriminalisering, regulering en harm reduction in plaats van repressie.
4] De taskforce organiseerde in 2011 debatten in Amsterdam (5 februari), Eindhoven (26 februari), Leeuwarden (5 maart) en Den Haag (21 maart). Tijdens het derde Cannabis Tribunaal, op 16 mei 2011, presenteerde de taskforce een samenvatting van het model waarin de reacties en suggesties tot dan toe waren verwerkt.
5] ‘Coffeeshops in Nederland 2009′, Intraval, Bureau voor Onderzoek & Advies, oktober 2010.
6] Sinds de Bond van Cannabis Detaillisten in 1997 haar eerste viertalige voorlichtingsfolder uitbracht heeft de branche in toenemende mate haar verantwoordelijkheid genomen op dit gebied. Veel coffeeshops bieden naast folders over veilig en verantwoord cannabisgebruik ook flyers van het Trimbos Instituut aan.
7] Zie voor een berekening: Nebahat Albayrak, Boris van der Ham, Gerd Leers e.a.: ‘Manifest van Maastricht: experiment voor het reguleren van de teelt en handel van softdrugs’, december 2005. Sinds de verschijning van dit manifest zijn de prijzen van cannabis aanzienlijk gestegen.
8] Martijn Boermans: ‘An economic perspective on the legalisation debate: the Dutch Case’, Amsterdam Law Review, 22 oktober 2010
9] ‘De betekenis van het bezoek aan coffeeshops voor de Maastrichtse economie’, OWP Research, oktober 2008.
10] ‘Coffeeshops in Nederland 2009′, Intraval, Bureau voor Onderzoek & Advies, oktober 2010.
11] ‘Monitor Coffeeshopbeleid Rotterdam’, Intraval, Bureau voor Onderzoek & Advies, september 2010.
12] Jaarverslag 2009 Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving, Tabel GPS-8.
13] Ward Wijndelts: ‘Zo verdwijnen de meeste coffeeshops’, NRC/Handelsblad, 4 januari 2011. Uit eigen onderzoek van de krant bleek dat in Amsterdam 187 van de 223 coffeeshops zouden moeten sluiten bij invoering van een afstandscriterium van 350 meter. Landelijk zou 57,9 % van alle coffeeshops dicht moeten.
14] Op 22 juni 2011 verscheen een onderzoek over de wietpas i.o.v. de gemeente Amsterdam, waarvoor 1214 coffeeshopbezoekers en 66 exploitanten werden geïnterviewd. Slechts 30 procent van de geïnterviewden bleek van plan een wietpas aan te schaffen; een kwart gaat zelf kweken of kopen bij een kweker, een kwart kiest voor dealers of thuisbezorging. www.amsterdam.nl/gemeente/college/burgemeester/persberichten/resultaten/
15] Van Amsterdam, Opperhuizen, Koeter, Van Aerts en Van den Brink: ‘Ranking van drugs. Een vergelijking van de schadelijkheid van drugs’, RIVM, 2009. In deze ranking staat alcohol op de derde plaats, tabak op de vierde en cannabis op plaats elf.
16] Zie bijvoorbeeld: Morgan, Gráinne Schafer, Freeman, Curran: ‘Impact of cannabidiol on the acute memory and psychotomimetic effects of smoked cannabis: naturalistic study’, British Journal of Psychiatry (2010) 197: 285-290.
17] Tim Boekhout van Solinge: ‘Het Nederlands drugsbeleid en de wet van de remmende voorsprong’, Nederlands Juristen Blad nummer 40, 22 november 2010.
18] Spinant deed haar uitspraken tijdens een speciale hoorzitting over regulering van cannabis en andere drugs in het Europees Parlement op 8 december 2010.
19] Bert Lanting: ‘Mijn eerste zorg is het bestrijden van de drugssmokkel’, De Volkskrant, 4 mei 2005
20] Op 24 juni 2011 hield Pablo Solon, de Boliviaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, een persconferentie in New York over de terugtrekking van zijn land uit het Enkelvoudig Verdrag inzake Verdovende Middelen van 1961. Op 1 januari 2012 zal Bolivia uittreden en op dezelfde dag het verdrag opnieuw ondertekenen, onder voorbehoud van een aantal artikelen. Bron: http://boliviaun.net/cms/?cat=4
Website Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod: www.voc-nederland.org
Een groot aantal mensen heeft meegedacht, mee gediscussieerd of anderszins bijgedragen aan de totstandkoming en verfijning van het THC model. Wij zijn hen veel dank verschuldigd.
Thanasis Apostolou
Hans Baerveldt
André Beckers
Ciel Bergman-Hehemann
Jeroen Bos
Wernard Bruining
Richard Cowan
Ben Dronkers
Raymond Dufour
Hans van Duijn
Leo Hasz
Adriaan Jansen
Martin Jelsma
Bianca van Kaathoven
Hendrik Kaptein
Hester Kooistra
Darpan van Kuik
Lisa Lankes
Gerd Leers
August de Loor
Nicole Maalsté
Jan Atze Nicolai
Maarten van Ooijen
Freek Polak
Henk Poncin
Paul Schenderling
René Slikker
Egbert Tellegen
Bart Vollenberg
Michael Veling
Ibrahim Wijbenga
Jackie Woerlee
Koos Zwart
© Taskforce Handhaving Cannabis, juli 2011
Welkom bij het VOC, dé koepel van alle organisaties en individuen in Nederland die gekant zijn tegen het verbod op cannabis. Repressie is dure en contraproductieve symboolpolitiek. Wereldwijd vindt het Nederlandse beleid van decriminalisering steeds meer weerklank. Het is tijd voor de volgende stap: cannabis uit de strafwet.
0Comments