Brief Opstelten en Schippers over 15% THC maximum cannabis

  • SHARE:
  • Tweet this

February 15th, 2012 | 17:28
Door webmaster

Liefst negentien pagina’s telt de brief die de ministers Opstelten en Schippers aan de Tweede Kamer hebben gestuurd over de reacties op het rapport ‘Drugs in lijsten’ van de commissie Garretsen. Wie het epistel leest, valt van de ene verbazing in de andere.

Garretsen, Schippers en Opstelten bij de presentatie van het advies 'Drugs in lijsten', 24 juni 2011 (Foto: Justitie)

Garretsen, Schippers en Opstelten bij de presentatie van het advies 'Drugs in lijsten', 24 juni 2011 (Foto: Justitie)

De brief is een reactie op de vele vragen die de verschillende partijen hebben gesteld over het rapport ‘Drugs in lijsten‘ van de commissie Garretsen, dat in juni 2011 is gepresenteerd. De commissie stelt in het rapport onder meer voor om de leeftijdsgrens voor alcohol te verhogen van 16 naar 18 en cannabis met meer dan 15% THC voortaan als hard drugs te beschouwen en op lijst I van de Opiumwet te plaatsen. De eerste aanbeveling is door de alcohollobby vakkundig getorpedeerd, de tweede is overgenomen door het minderheidskabinet Rutte.

Klik hier voor een PDF van de brief van Opstelten en Schippers, d.d. 14 februari 2012.

Hard drug? (© Gonzo media)

Hard drug? (© Gonzo media)

Hieronder vind je een aantal fragmenten uit de brief, die een ronduit schizofreen karakter heeft. Enerzijds stellen de bewindslieden dat uit internationale vergelijkingen “blijkt dat het verbieden van cannabis weinig tot geen invloed heeft op het gebruik ervan”. Om in een andere passage doodleuk te beweren dat van plaatsing van cannabis met meer dan 15% THC “een helder signaal naar de samenleving” uit gaat “dat dergelijke cannabis niet langer wordt beschouwd als “softdrugs”.” Dus nu heeft verbieden ineens wél invloed op het gebruik. En zelfs op de dealers, die volgens de bewindslieden als vanzelf zullen stoppen met de verkoop van zogenaamde “zware cannabis”: “De hogere strafbedreigingen voor een lijst I middel maakt het criminele ondernemerschap onaantrekkelijker en zal van invloed zijn op het aanbod.”

Het is maar één voorbeeld uit velen. Zo erkennen Opstelten en Schippers dat “een direct causaal verband tussen een hoger THC-gehalte in cannabis en gezondheidsschade niet wetenschappelijk [is] aangetoond”, maar: “een dergelijk verband is wel plausibel”. Voorwaar een stevige basis om beleid op te bouwen. Als gotspe van de maand mag deze zin op pagina 12 gelden: “Verder hebben coffeeshops baat bij een systematische en stabiele toelevering van cannabis met een constante kwaliteit. Om dit te garanderen maken zij veelal gebruik van vaste toeleveranciers.” Daarom stellen politie en justitie alles in het werk om al die vaste leveranciers op te rollen, natuurlijk.

Welbeschouwd zijn de negentien pagina’s een armoedige schaamlap voor een “ondoorzichtig en innerlijk tegenstrijdig beleid”, zoals het Haagse hof het zo netjes omschreef in het recente Checkpoint-vonnis. Wat het probleem is met het coffeeshopbeleid, werd gisteren nog eens duidelijk uiteengezet door zes politieke jongerenorganisaties. Hun oproep aan het kabinet: Stop met de repressie van softdrugs, kies voor regulering.
——————————————————————————————————————————————————

Datum 14 februari 2012
Betreft Reactie op het rapport “drugs in lijsten” van de
expertcommissie lijstensystematiek Opiumwet

Geachte voorzitter,
Verschillende fracties hebben vragen gesteld naar aanleiding van de brief van
10 oktober 2011 inzake de reactie op het rapport “Drugs in lijsten” van de
expertcommissie lijstensystematiek Opiumwet (Kamerstuk 24 077,
nr. 263
). Hierbij treft u de antwoorden op deze vragen aan.

Hoogachtend,

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Veiligheid en Justitie,
mw. drs. E.I. Schippers, dhr. I.W. Opstelten
(…)

Pagina 10:
De leden van de fracties van de VVD, de PvdA, de SP en D66 vragen hoe (intensief) wordt gecontroleerd dat coffeeshops alleen cannabis met 15% of minder THC aanbieden, welke gevolgen deze maatregel heeft voor de belasting van de uitvoeringsorganisaties, welke kosten hieraan verbonden zijn en welke diensten en hoeveel personen zich gaan bezighouden met de handhaving van de 15% grens. Voor de controle van coffeeshops wordt aangesloten bij de bestaande bestuurlijke handhaving van de zogenoemde gedoogcriteria. De controle op het THC-gehalte in cannabis bij coffeeshops zal dus plaatsvinden tijdens de reguliere controles die gemeenten uitvoeren op de naleving van alle gedoogcriteria. Door de plaatsing van cannabis met een THC-gehalte van 15% of meer op lijst I van de Opiumwet zal dergelijke cannabis voortaan worden beschouwd als een harddrug en zal het komen te vallen onder het verbod op de aanwezigheid van harddrugs in coffeeshops. Tijdens de controles van coffeeshops zal de politie voortaan steekproefsgewijs monsters nemen van de cannabisvoorraad om daarvan vervolgens het THC-gehalte te laten controleren door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Nu dit in de reguliere controles van coffeeshops zal worden meegenomen, zal de belasting voor de uitvoeringsinstanties naar verwachting niet substantieel zijn. Bij het NFI zal sprake zijn van een nieuwe taak, die overigens goed valt uit te voeren met behulp van reeds bestaande onderzoeksmethoden.

De leden van de fracties van de VVD en de SP vragen hoe een coffeeshophouder voor zichzelf kan vaststellen wat het THC-gehalte in cannabis is. Coffeeshops bieden nu ook al diverse typen cannabis aan en hanteren daarbij verschillende prijzen, die worden bepaald aan de hand van de sterkte (het THC-gehalte), de herkomst en de kwaliteit van de cannabis. Hieruit mag worden afgeleid dat coffeeshophouders nu dus al kennis hebben van de sterkte van de cannabis die ze verkopen. De verwachting is dan ook dat coffeeshophouders in staat zullen zijn cannabis te verkopen met een THC-gehalte tot 15%.

Pagina 11:
De leden van de fractie van de VVD vragen welke gevolgen deze maatregel heeft voor de burgers die cannabis aanschaffen in coffeeshops. Uit het voorgaande antwoord blijkt dat coffeeshops een gevarieerd aanbod van cannabis aanbieden. Coffeeshophouders hebben belang bij het voortbestaan van hun bedrijf, hetgeen slechts mogelijk is als de gedoogcriteria worden nageleefd. Tegen die achtergrond zullen zij alleen cannabis willen verkopen die op lijst II staat, omdat anders de gedoogvoorwaarden worden overtreden. Een burger die in de toekomst cannabis koopt bij een coffeeshop, zal er van uitgaan dat de daar gekochte cannabis tot 15% THC bevat. Hij blijft echter zelf aansprakelijk voor de drugs die hij aanwezig heeft, ongeacht waar hij deze heeft gekocht.

De leden van de fracties van de VVD, het CDA en de SGP vragen of de stelling dat deze maatregel een bijdrage levert aan het verder bemoeilijken van het crimineel ondernemerschap nader kan worden toegelicht. Het is bekend dat een aanzienlijk deel van de Nederlandse teelt van cannabis bestemd is voor het buitenland. De criminaliteit die daarmee gepaard gaat en de criminele winsten die deze illegale teelt en export opleveren zijn dermate omvangrijk dat de strafbedreigingen van artikel 11 van de Opiumwet niet langer passend worden geacht. Door verplaatsing van cannabis met een THC-gehalte van 15% of meer naar lijst I van de Opiumwet zullen aanzienlijke hogere strafbedreigingen gaan gelden, in het bijzonder voor het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van cannabis met een THC-gehalte van 15% of meer. De verwachting is dat deze verplaatsing een generaal preventief effect zal hebben, omdat de criminele ondernemer daardoor een wezenlijk hoger risico gaat lopen. Een tweede effect is dat hiermee de verschillen in strafbedreiging tussen Nederland en andere landen wordt teruggedrongen. Dit, in combinatie met de reeds ingezette intensivering van de bestrijding van de illegale hennepteelt, maakt Nederland voor illegale telers en exporteurs minder aantrekkelijk als vestigingsplaats.

De leden van de fractie van de VVD vragen in hoeverre een literatuurstudie inzicht kan geven in de daadwerkelijke verhouding tussen THC en CBD in cannabis de komende jaren en of het niet wenselijk om naast het THC-gehalte ook het CBD-gehalte te reguleren. De hier bedoelde literatuurstudie kan inzicht geven in de rol van THC en CBD en de verhouding tussen beide stoffen op de gezondheid van (met name jonge) cannabisgebruikers. Via de THC-monitor, die al een aantal jaren door het Trimbosinstituut wordt uitgevoerd, zijn naast de THC-gehaltes ook de CBD-concentraties in de verschillende soorten wiet en hasj gemeten. Het is moeilijk te voorspellen hoe de verhouding tussen THC en CBD zich de komende jaren zal ontwikkelen. Maatregelen ten aanzien van het CBD-gehalte in cannabis zijn daarom nu niet aan de orde.

Pagina 12:
De leden van de fractie van de PvdA vragen of er gegevens zijn waaruit een direct causaal verband tussen een hoger THC-gehalte en gezondheidsschade blijkt. Voor zover bekend is een direct causaal verband tussen een hoger THC-gehalte in cannabis en gezondheidsschade niet wetenschappelijk aangetoond, maar een dergelijk verband is wel plausibel. In het rapport “Drugs in lijsten” wordt verwezen naar enkele onderzoeken die dit onderschrijven. De leden van de fractie van de PvdA vragen of door het hogere THC-gehalte meer mensen verslaafd zijn geraakt en of er een direct verband is tussen verslaving aan producten met THC en het gehalte aan THC in een product, vergelijkbaar met alcohol. Verslaving is een complexe aandoening, waarbij diverse factoren een rol spelen, zoals genetische predispositie, de persoonlijkheid, bepaalde sociale en omgevingsfactoren, etc. Het is onduidelijk of meer mensen verslaafd zijn geraakt aan cannabis als gevolg van een hoger THC-gehalte, omdat er geen herhaalde vergelijkbare schattingen voorhanden zijn van het aantal cannabisverslaafden in de bevolking. Wel kan worden geconstateerd dat het aantal hulpvragen bij de verslavingszorg in verband met cannabisgebruik is toegenomen, evenals het aantal opnames in ziekenhuizen met als hoofd- of nevendiagnose misbruik of afhankelijkheid van cannabis. Echter, een hoog THC-gehalte,
respectievelijk alcoholgehalte, is op zichzelf geen oorzakelijke factor voor verslaving en deze tijdelijke samenhang is nog geen bewijs voor een eventueel oorzakelijk verband tussen verslaving en het gehalte aan werkzame stof in een middel.

De leden van de fracties van de PvdA en D66 vragen waarom er al conclusies worden getrokken over een grenswaarde van 15% THC terwijl het Trimbos-instituut pas net begonnen is met het onderzoek en waarom wordt overgegaan tot een verbod, terwijl adequate voorlichting over het THC-percentage nooit heeft plaatsgevonden. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat het onderzoek van het Trimbos-instituut niet gaat over de grenswaarde van 15% THC. Het betreft een literatuuronderzoek naar de rol van THC en CBD en de verhouding tussen beide stoffen op de gezondheid van (met name jonge) cannabisgebruikers. Het kabinet neemt het advies van de expertcommissie lijstensystematiek Opiumwet over om een grenswaarde in te stellen voor cannabis. De expertcommissie erkent dat voor de onderbouwing van een grenswaarde longitudinaal wetenschappelijk onderzoek nodig is, dat een aantal jaren in beslag zal nemen. Zij acht het niet raadzaam een dergelijk onderzoek af te wachten en adviseert de maatregel in te voeren op grond van het voorzorgsbeginsel.

Pagina 12-13:
De leden van de fractie van de PvdA vragen of coffeeshophouders beschikken over technische middelen om het THC-gehalte te testen of dat zij dat elders moeten laten doen. Ook vragen deze leden hoe coffeeshophouders het THC-gehalte kunnen bijsturen aangezien zij geen cannabis kunnen inkopen anders dan via het illegale circuit. Coffeeshops zijn de laatste decennia uitgegroeid tot professionele ondernemingen, waarbij gebleken is dat zij in staat zijn zich aan te passen aan de vraag in de markt en aan de eisen die aan hen worden gesteld. De verwachting is dat zij zich nu ook kunnen en zullen aanpassen. In coffeeshops worden ook nu al verschillende soorten cannabis verkocht, variërend van licht tot zwaar. Het is bekend dat er nu al coffeeshophouders zijn die in het kader van hun bedrijfsvoering onderzoek doen naar de sterkte van de cannabis die zij toegeleverd krijgen. Verder hebben coffeeshops baat bij een systematische en stabiele toelevering van cannabis met een constante kwaliteit. Om dit te garanderen maken zij veelal gebruik van vaste toeleveranciers. Deze toeleveranciers zijn in het verleden in staat gebleken het THC-gehalte in cannabis te laten stijgen. Het ligt voor de hand dat zij dit gehalte ook kunnen laten dalen.

Pagina 13:
De leden van de fractie van de PvdA vragen wat de mening van het kabinet is over voorstellen om accijns dan wel BTW te gaan heffen op cannabis. Het Europese Hof van Justitie heeft in 1999 geoordeeld dat heffing van BTW over levering van producten zoals verdovende middelen niet mogelijk is. Deze producten vormen een bijzonder geval doordat zij wegens hun aard in alle lidstaten onder een volstrekt verhandelingsverbod vallen, met uitzondering van het streng bewaakte handelsverkeer ten behoeve van gebruik voor medische en wetenschappelijke doeleinden.1 Ook het heffen van accijns is niet mogelijk, gelet op het illegale karakter van cannabis.

De leden van de fractie van het CDA vragen of het geen tijd wordt om van de gedoogconstructie af te stappen en cannabis in zijn geheel te verbieden. Het kabinet heeft, zoals bekend, diverse maatregelen in voorbereiding om het gedoogbeleid aan te scherpen, o.a. door de coffeeshops kleiner en meer beheersbaar te maken. Het kabinet is niet voornemens het gedoogbeleid af te schaffen.

Pagina 13:
De leden van de fractie van het CDA vragen wat het literatuuronderzoek van het Trimbos Instituut anders gaat opleveren dan wat nu al bekend is over de gezondheidseffecten van cannabis. De bedoelde literatuurstudie moet inzicht geven in de rol van THC en CBD en de verhouding tussen beide stoffen op de gezondheid van (met name jonge) cannabisgebruikers. Daarover is nu nog weinig bekend.

Pagina 14:
De leden van de fractie van de SP vragen of het kabinet een reactie kan geven op de visie dat een verbod op cannabis met meer dan 15% THC averechts zal werken, omdat zware wiet zal worden aangeboden in het illegale circuit, met als gevolg dat de straathandel zal toenemen met alle overlast die dat met zich meebrengt. Het kabinet miskent de kans op enige verplaatsing naar het illegale circuit niet. Maar van de plaatsing van cannabis met een THC-gehalte van 15% of meer op lijst I van de Opiumwet gaat ook een helder signaal uit naar de samenleving dat dergelijke cannabis niet langer wordt beschouwd als “softdrugs”. De hogere strafbedreigingen voor een lijst I middel maakt het criminele ondernemerschap onaantrekkelijker en zal van invloed zijn op het aanbod.

Pagina 14:
De leden van de fractie van de SP en van D66 vragen welk deel van de huidige cannabisproductie op dit moment naar schatting een hogere THC-waarde heeft dan 15% en welk deel van de huidige verkoop in coffeeshops door het uitvoeren van de maatregel op lijst I komt. Er bestaat geen inzicht in het huidige THC-gehalte van de illegale cannabisproductie. In coffeeshops wordt cannabis van uiteenlopende sterkte verkocht. Op basis van metingen van de THC-monitor van de afgelopen vijf jaar van de in coffeeshops verkochte nederwiet bevat naar schatting ongeveer 71% meer dan 15% THC en van de in coffeeshops verkochte buitenlandse hasjiesj ongeveer 59%. Over het afgelopen jaar (meting 2010/2011) is dat respectievelijk 75% en 41%.

De leden van de fractie van de SP vragen welke oplossing het kabinet biedt aan die mensen die cannabis op medicinale wijze gebruiken en of het kabinet bereid is de medicinale verstrekking van cannabis uit te breiden. Het beleid met betrekking tot medicinale cannabis wijzigt niet. Mensen die cannabis voor medisch gebruik verstrekt krijgen worden niet geraakt door de wijziging van de lijsten van de Opiumwet, omdat zij cannabis met een hoger THC-gehalte kunnen blijven betrekken via de apotheek. Voor zover zij cannabis in een coffeeshop kopen, gelden voor hen dezelfde regels als voor de andere bezoekers van een coffeeshop.

Pagina 15:
De leden van de fractie van de SP vragen of het kabinet bereid is de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg om advies te vragen over het vraagstuk hoe gezorgd gaat worden dat cannabisgebruik zo min mogelijk schade oplevert voor de volksgezondheid, met name voor jongeren en of aan deze Raad niet voorgelegd zou moeten worden of een verbod op cannabis wel of niet wenselijk is voor de volksgezondheid. De afgelopen jaren hebben twee commissies (Van de Donk in 2009 en Garretsen in 2011) advies uitgebracht over het drugsbeleid in brede zin. Het kabinet ziet daarom geen aanleiding om de Raad voor de Volkgezondheid en Zorg in aanvulling daarop eveneens om advies te vragen.

Pagina 15:
De leden van de fractie van de SP vragen of het kabinet de constatering deelt dat alle vergelijkingen met andere landen en andere onderzoeken uitwijzen dat het verbieden van softdrugs niet leidt tot minder gebruik en of om bovengenoemde reden het verbieden van bepaalde softdrugs niet als vanzelf goed is voor de volksgezondheid. Uit internationale vergelijkingen die betrekking hebben op de prevalentie van het gebruik van Opiumwetmiddelen, zoals het ESPAD onderzoek (EMCDDA) uit 2007 en het World Drug Report (UNODC) uit 2010, blijkt dat het verbieden van cannabis weinig tot geen invloed heeft op het gebruik ervan. Het in Nederland gevoerde beleid van de afgelopen 40 jaar heeft ertoe geleid dat er inzicht is in de groep mensen die drugs gebruiken en dat er laagdrempelige hulpvoorzieningen zijn voor die mensen die daardoor in de problemen komen. Ook is gebleken dat het gedogen van de verkoop van cannabis niet heeft geleid tot meer gebruik van softdrugs in vergelijking met bepaalde andere landen die een meer repressief beleid hanteren. Overigens zijn alle drugs in Nederland verboden, ongeacht of het nu middelen zijn die op lijst I of lijst II van de Opiumwet staan. Alleen de verkoop van cannabis in coffeeshops wordt onder bepaalde voorwaarden gedoogd.

Pagina 15:
De leden van de fractie van de SP vragen of het kabinet de visie deelt dat het beter is de teelt en bevoorrading te reguleren, omdat met dan precies weet wat de samenstelling is van softdrugs. Volgens deze leden zou dan ook betere voorlichting gegeven kunnen worden over de samenstelling en de cannabis zou vergezeld kunnen gaan van een bijsluiter. Het reguleren van de teelt en de bevoorrading van coffeeshops is in strijd met de geldende wetgeving en met internationale verplichtingen. Voor het overige wordt opgemerkt dat via allerlei kanalen voorlichting gegeven over de schadelijke effecten van cannabisgebruik, inclusief de kans op verslaving. In het kader van preventie voert het Trimbos-instituut het programma “De Gezonde school en genotmiddelen” uit. In dit kader wordt informatie aan jongeren gegeven, maar komt ook de rol van ouders aan bod, als ook die van het schoolbestuur bij het voeren van een genotmiddelenbeleid. In het nieuwe leefstijlprogramma van VWS wordt meer aandacht besteed aan het bevorderen van de weerbaarheid en worden ouders ondersteund met informatie over hoe met hun kinderen in gesprek te gaan over middelengebruik. Het Trimbos-instituut heeft de Drugsinfolijn, waar mensen terecht kunnen met vragen over cannabis. Daarnaast is in de meeste coffeeshops voorlichtingsmateriaal aanwezig en ook de verkopers kunnen hun klanten adviseren over de werking van de diverse cannabissoorten.

Pagina 16:
De leden van de fractie van de SP vragen of het een doelbewust beleid van het kabinet is om het de coffeeshops moeilijk te maken door de verantwoordelijkheid voor de samenstelling van de softdrugs naar de coffeeshops te verschuiven. Het doel van deze maatregel is de productie van cannabis met een THC-gehalte van 15% of meer terug te dringen en de verkoop ervan in coffeeshops niet langer te gedogen, aangezien dit middel zodanige risico’s voor de gezondheid en de samenleving met zich brengt, dat het niet langer kan worden gekwalificeerd als “softdrugs”.

De leden van de fractie van de SP vragen of het de agenda van het kabinet is om coffeeshops op termijn te sluiten door onmogelijke voorwaarden aan hen te stellen. Het kabinet heeft, zoals bekend, diverse maatregelen in voorbereiding om het gedoogbeleid aan te scherpen, o.a. door de coffeeshops kleiner en meer beheersbaar te maken. Het kabinet is niet voornemens het gedoogbeleid af te schaffen.

De leden van de fractie van de SP vragen waarom experimenten die op wetenschappelijk-experimentele basis de teelt en toelevering aan de coffeeshops reguleren niet worden toegestaan. Regulering van de teelt van cannabis, dan wel experimenten in dit kader, zijn in strijd met de geldende wetgeving en met internationale verplichtingen. In de brief aan uw Kamer van 8 februari 2006 (Kamerstukken II, 24 077, nr. 179) is uitgebreid uiteengezet dat noch de toepasselijke VN-verdragen, noch het recht van de Europese Unie, ruimte bieden voor (experimenten met) regulering en legalisering van cannabis. Sindsdien is hier niets in gewijzigd en het standpunt blijft dan ook hetzelfde. Kern van het kabinetsbeleid is dat elke vorm van teelt van cannabis verboden is en blijft, zoals ook verwoord in de brief aan uw Kamer van 27 mei 2011
(Kamerstukken II, 24 077, nr. 259).

Pagina 16:
De leden van de fractie van de D66 vragen welke controle momenteel plaatsvindt op het THC-gehalte van verkochte cannabisproducten en of bij de verkooppunten wordt gecontroleerd of bij de productie. Omdat op dit moment alle cannabisproducten onder lijst II van de Opiumwet vallen vindt van overheidswege geen controle van het THC-gehalte plaats.

De leden van de fractie van de D66 vragen welke methodologie zal worden gebruikt om de 15% grens te controleren en in welke mate het THC-gehalte met precisie te bepalen is en wat de reguliere foutmarge is bij dergelijke vaststellingen. Zoals hierboven al is aangegeven gaat het om een nieuwe taak van het NFI die overigens goed valt uit te voeren met behulp van reeds bestaande onderzoeksmethoden. Aangezien de vraag van deze leden in hoeverre het juridisch houdbaar is een coffeeshop die cannabis met een THC-waarde van 15,3 procent te vervolgen hiermee nauw samenhangt, zal ook daarop in de toelichting bij het AMVb worden ingegaan.

Pagina 16-17:
De leden van de fractie van de D66 vragen of de mate van overschrijding meeweegt in de hoogte van de straf. Het THC-gehalte van 15% is een grenswaarde. Indien wordt vastgesteld dat sprake is van cannabis, die onder lijst I van de Opiumwet valt, is het zwaardere strafregime van onder andere artikel 10 van de Opiumwet van toepassing. De mate van overschrijding van het THC-gehalte speelt daarbij geen rol.

Pagina 17:
De leden van de fractie van de D66 vragen wat het kabinet van de stelling vindt dat de exclusieve focus op het THC-gehalte achterhaald aandoet, omdat er nog andere bestanddelen van cannabis een belangrijke factor zijn in het bepalen van de uitwerking hiervan. Het kabinet heeft het Trimbos-instituut opdracht gegeven literatuuronderzoek te doen naar de rol van THC en CBD en de verhouding tussen beide stoffen op de gezondheid van (met name jonge) cannabisgebruikers. Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek zal het kabinet bezien of nader onderzoek nodig is.

Pagina 17:
De leden van de fractie van de SGP vragen hoe het kabinet de precieze waarde ziet van lijst II van de Opiumwet. Behalve cannabis bevat lijst II van de Opiumwet een groot aantal andere middelen en paddenstoelen die niet worden beschouwd als middelen met een onaanvaardbaar risico. Dit onderscheid tussen lijst II en lijst I van de Opiumwet is nog steeds valide, met uitzondering van cannabis met een THC-gehalte van 15% of meer.

Beeld: Peter Lunk / Coffeeshopnieuws.nl

Beeld: Peter Lunk / Coffeeshopnieuws.nl

Coffeeshopkaart_Ivo_Opstelten_Amsterdam_AT5

De VOC Blog

Welkom bij het VOC, dé koepel van alle organisaties en individuen in Nederland die gekant zijn tegen het verbod op cannabis. Repressie is dure en contraproductieve symboolpolitiek. Wereldwijd vindt het Nederlandse beleid van decriminalisering steeds meer weerklank. Het is tijd voor de volgende stap: cannabis uit de strafwet.