André Beckers over de wietpas: game over of op naar de volgende ronde?

  • SHARE:
  • Tweet this

April 28th, 2012 | 21:11
Door webmaster

André Beckers, één van de advocaten die het kort geding tegen de Staat der Nederlanden over de wietpas voert, reageert op de uitspraak van de voorzieningenrechter op 27 april en blikt vooruit. Verplicht leesvoer voor coffeeshops, hun personeel en hun bezoekers…

© André Beckers / Beckers & Bergmans advocaten

GAME OVER OF OP NAAR DE VOLGENDE RONDE?

Op 27 april 2012 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Den Haag, rechtsprekend in civiele procedures, geweigerd het ingezetenen-criterium vanwege strijd met de Grondwet buiten toepassing te verklaren.

De vier advocaten die het kort geding tegen de Staat over de wietpas voeren in de rechtbank van Den Haag, 18 april 2012 (© Gonzo media)

De vier advocaten die het kort geding over de wietpas voeren, Paleis van justitie Den Haag, 18 april 2012 (© Gonzo media)

De burgerlijke rechter kwam tot de conclusie dat de aangepaste Aanwijzing Opiumwet “niet onmiskenbaar onrechtmatig is jegens de eisers”. Omdat de onrechtmatigheid van het ingezetenencriterium er naar de mening van de civiele rechter niet als het ware van afdruipt, heeft hij de vordering van de coffeeshophouders en de belangen-organisaties die opkomen voor de consumentenbelangen afgewezen.

Betekent dit oordeel nu dat daarmee vaststaat dat de regelgeving rechtmatig is en dus overal probleemloos kan worden toegepast? De minister van veiligheid en justitie denkt van wel. Ik denk dat het voor die conclusie toch nog echt te vroeg is en zal dit toelichten.

De voorzieningenrechter Mr. R.J. de Paris tijdens het kort geding (© Gonzo media)

De voorzieningenrechter Mr. R.J. de Paris tijdens het kort geding (© Gonzo media)

Vergelijk deze rechtsstrijd met een bokswedstrijd. De bokser die de ring betreedt met de overtuiging in de eerste ronde de strijd met een KO definitief te zullen beslechten, kan bedrogen uitkomen. Als je het gevecht aangaat, moet je bereid te zijn tot de laatste ronde door te knokken. Of zoals Lenny Kravitz zingt: “It Ain’t Over ‘Til its’ Over”!

Natuurlijk is het uiterst teleurstellend om na die eerste ronde te moeten vaststellen dat de civiele scheidsrechter de stelselmatige discriminatie van buitenlanders door de overheid niet op voorhand afkeurt. De uitkomst van de eerste ronde is dat discriminatie door de rijksoverheid mag worden ingezet als middel in haar strijd tegen de hennepcriminaliteit in zijn algemeenheid. Onderdeel van deze aanpak is dat coffeeshops “kleiner en meer beheersbaar” moeten worden gemaakt. De gedachte achter dit beleid is eenvoudig. Als de coffeeshops minder cannabis verkopen komt er via de achterdeur minder in. Dan neemt de hennepteelt ten behoeve van de coffeeshops af en dus vermindert de criminaliteit. Hoe maken we de coffeeshops kleiner? Door buitenlanders categorisch de toegang te weigeren tot de coffeeshops.

En wat doen we met die buitenlanders die we uit de coffeeshops jagen? Die hebben geen recht op een “rustige en veilige omgeving” om cannabisproducten van een goede kwaliteit te consumeren. Die kunnen ook in hun eigen land in het illegale circuit terecht. Staat dit echt in de beleidsstukken van de overheid? Ja, echt waar. Dat staat er letterlijk en dat betekent dus dat de overheid weet dat ze per saldo de criminaliteit niet verkleint. Al die buitenlanders blijven blowen en blijven daartoe cannabis aankopen. Hoe we het ook wenden of keren ergens zal die cannabis worden geproduceerd en verkocht. De huisdealers en drugsrunners hier ten lande en over de grens verheugen zich al op dit grote marktaandeel dat hen gratis door onze overheid in de schoot wordt geworpen.

André Beckers staat RTL Nieuws te woord na afloop van het kort geding (© Gonzo media)

André Beckers staat RTL Nieuws te woord na afloop van het kort geding (© Gonzo media)

Ik erken ronduit verbaasd te zijn over het feit dat de civiele rechter discriminatie van buitenlanders vanwege de veronderstelde effectiviteit ervan niet direct als zijnde onmiskenbaar onrechtmatig heeft aangemerkt. Kennelijk heiligt het doel hier het middel. Maar waar eindigt dit? Ook bij de bestrijding van criminaliteit moet je als overheid de Grondwet blijven respecteren anders is het hek van de dam. Ik geef een voorbeeld. Uit onderzoek blijkt dat de handel en het gebruik van Khat zich grotendeels beperken tot de Somalische gemeenschap in Nederland. Dan is het dus zeer effectief om Somaliërs de toegang tot Nederland te ontzeggen. Zo ben je in één klap af van de “massaliteit van het Khat probleem”. Probleem effectief opgelost. Maar voel je als lezer niet aan je water dat dit een kant is die wij in onze rechtsstaat niet op moeten willen gaan?

Terug naar de uitspraak van de Voorzieningenrechter te Den Haag.

Wat staat er nu de komende tijd te gebeuren?

Beeld: VOC

Beeld: VOC

Er zullen ongetwijfeld coffeeshophouders opstaan, die de nieuwe gedoogcriteria aan hun laars gaan lappen om zo een “last onder bestuursdwang” (tijdelijke sluiting van de coffeeshop) uit te lokken. Hiertegen staat dan de mogelijkheid van bezwaar en (hoger) beroep open. Op deze wijze krijgen zij toegang tot de voor dit soort geschillen gespecialiseerde bestuursrechter.

Deze rechter zal bij zijn toetsing van het besluit van de burgemeesters anders te werk gaan dan de civiele rechter. Burgemeester zullen vast gaan stellen dat zij het beleid van de minister moeten uitvoeren, maar dat ontslaat hen niet van de plicht ingrijpende besluiten goed te motiveren en te laten zien dat een zorgvuldige weging van belangen heeft plaatsgevonden.

De bestuursrechtelijke procedure verloopt in de regel als volgt:

1. De gemeente stelt vast dat de coffeeshophouder de gewijzigde gedoogcriteria niet naleeft en geeft deze een schriftelijke waarschuwing. “Pas op, want bij herhaling van een dergelijke overtreding gaat uw coffeeshop tijdelijk op slot”. Tegen deze waarschuwing kan geen bezwaar worden gemaakt, omdat deze niet wordt aangemerkt als een besluit.

2. Na de ontvangst van de waarschuwing overtreedt de coffeeshophouder opnieuw de gedoogcriteria. Alleen zo kan hij een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit uitlokken. De burgemeester maakt eerst het voornemen kenbaar de coffeeshop tijdelijk te sluiten. De coffeeshophouder mag zijn zienswijze hiertegen kenbaar maken. In een zaak als de onderhavige heeft de zienswijze meer een ritueel dan inhoudelijk karakter.

3. Na de zienswijze volgt een schriftelijk besluit van de burgemeester waarin staat wanneer en voor hoe lang de coffeeshop dicht moet, omdat de gedoogcriteria niet zijn nageleefd. Daarbij volgt de burgemeester het beleid zoals dit is vastgesteld.

4. De coffeeshophouder maakt bezwaar tegen het besluit van de burgemeester en stelt zich daarbij op het standpunt dat dit in strijd is met artikel 1 van de Grondwet en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De coffeeshophouder weigert te discrimineren en weigert een niet noodzakelijke inbreuk te maken op de privacy van zijn klanten. Hij stelt zich tevens op het standpunt dat minder verstrekkende middelen kunnen worden aangewend om hetzelfde doel te bereiken.

5. Als de burgemeester gedurende de bezwaarschriftenprocedure de tijdelijke sluiting van de coffeeshop niet wil uitstellen, moet de bestuursrechter worden gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Een dergelijk verzoek kan binnen enkele weken of zelfs enkele dagen worden behandeld. Schorst de bestuursrechter het besluit dan is de sluiting voorlopig van de baan. Wordt de gevraagde voorlopige voorziening geweigerd dan gaat de coffeeshop tijdelijk op slot.

6. Op enig moment doet de burgemeester uitspraak op het ingediende bezwaarschrift. Vaak laat hij zich daarbij bijstaan door een onafhankelijke commissie voor bezwaarschriften. Ervan uitgaande dat de burgemeester voet bij stuk zal houden, levert deze procedure niets op. Wel is dan de weg vrij voor een gang naar de bestuursrechter.

7. Tegen de uitspraak op bezwaar wordt een beroepschrift ingediend bij de rechtbank. In dat beroepschrift maakt de coffeeshophouder duidelijk op welke gronden hij het niet eens is met de beslissing van de burgemeester. Daarbij zal het accent worden gelegd op het verbod te discrimineren en het respecteren van de privacy van de cannabisconsument. De rechtbank doet binnen enkele maanden uitspraak op het ingediende beroep.

8. Na de uitspraak van de rechtbank volgt ongetwijfeld een gang naar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ik ga er hierbij van uit dat degene die in het ongelijk wordt gesteld het daar niet mee eens zal zijn. De Afdeling beslecht dan als hoogste bestuursrechter het geschil.

Hoe lang gaat dit allemaal duren?

De bodemprocedure die nodig is om de gewenste duidelijkheid te verkrijgen verloopt normaliter als volgt: bezwaarschriftenprocedure 3 maanden, beroepsprocedure rechtbank 9 maanden, hoger beroep Afdeling Bestuursrechtspraak RvS 12 maanden. Met enige goede wil kan het sneller als doorlooptijden vanwege het belang van de zaak worden verkort. Dat bepalen de gerechten.

Strafrechtelijke vervolging als aanvulling?

Het is te hopen dat er Officieren van Justitie zijn die coffeeshophouders gaan vervolgen vanwege de verkoop van gebruikershoeveelheden cannabis aan buitenlanders en niet leden. De coffeeshophouder kan dan zijn bezwaren tegen de Aanwijzing Opiumwet voorleggen aan achtereenvolgens de rechtbank, het gerechtshof en uiteindelijk de Hoge Raad der Nederlanden.

De strafrechter oordeelt doorgaans kritischer dan de bestuursrechter. De bestuursrechter toets de besluiten van de burgemeester marginaal. De strafrechter kan middels het voeren van specifieke verweren worden uitgenodigd de regelgeving diepgaand te toetsen.

Kan het ook anders?

Ja zeker! De coffeeshophouders in de zuidelijke provincies kunnen besluiten zich neer te leggen bij de nieuwe criteria. Als zij niet protesteren hebben hun klanten voorlopig nog twee mogelijkheden.

1. Zij kunnen nog voor een paar maanden hun heil zoeken bij coffeeshops in de noordelijke provincies. De afstand bijvoorbeeld tussen plaatsen als Venlo in het zuiden en Nijmegen en Arnhem in het noorden is klein. Tijdelijke verplaatsing van klantenstromen is een reële mogelijkheid.

2. Een deel van de klanten verdwijnt direct in de illegaliteit. Het deel dat tijdelijk toevlucht zoekt bij coffeeshops in de noordelijke provincies volgt later. De flyer waarin de buitenlander duidelijk wordt gemaakt niet meer welkom te zijn in coffeeshops is tevens een reclamefolder voor de drugsrunners. Niet voor niets zien we dit soort gasten nu al dergelijke folders met hun visitekaartje aan klanten uitdelen.

Op deze wijze zullen in de zuidelijke provincies de bezoekersaantallen van coffeeshops flink afnemen. Dan kan de overheid over een ruim half jaar vol trots vaststellen dat het beleid in het zuiden effectief is gebleken. Voor cijferfetisjisten een prachtig resultaat natuurlijk. Vooral als je daarbij niet in beeld brengt hoeveel illegale adressen en drugsrunners de gedoogde markt op dat moment hebben overgenomen.  Alle reden om de handhaving per 1 januari 2013 uit te rollen over de rest van Nederland.

Een aantal eisers en publiek bij het Haagse paleis van justitie, 18 april 2012 (© Gonzo media)

Een aantal eisers en publiek bij het Haagse paleis van justitie, 18 april 2012 (© Gonzo media)

De VOC Blog

Welkom bij het VOC, dé koepel van alle organisaties en individuen in Nederland die gekant zijn tegen het verbod op cannabis. Repressie is dure en contraproductieve symboolpolitiek. Wereldwijd vindt het Nederlandse beleid van decriminalisering steeds meer weerklank. Het is tijd voor de volgende stap: cannabis uit de strafwet.