André Beckers: ‘Rechtspraak dreigt vast te lopen door wietpas’ (VIDEO)

  • SHARE:
  • Tweet this

August 23rd, 2012 | 14:56
Door webmaster

Vervolging van alle extra Opiumwetzaken als gevolg van de wietpas kan de Nederlandse rechtspraak op termijn vast doen lopen. Dat zegt advocaat André Beckers, bekend van een groot aantal zaken op het gebied van coffeeshops en cannabis. Hij doet zijn uitspraken in een interview met het Verbond voor Opheffing van het Cannabis-verbod (VOC), opgenomen tijdens het Beleg van Woudrichem vorige maand.

Een volledig transcript van het interview staat onder de video

Interview met André Beckers, strafrechtadvocaat

Woudrichem, 26 juli 2012
Interviewer: Steven Kompier i.o.v. Verbond voor Opheffing van het Cannabisverbod

Over de wietpas

“Wat je nu ziet is dat er een hoop vragen zijn. Die wietpas is op 1 mei jongstleden ingevoerd, die wordt gehandhaafd, maar veel coffeeshophouders weten niet goed hoe ze nou zo’n ledenlijst moeten maken. Wat kun je je klant beloven? Kun je tegen je klant zeggen: uw gegevens zijn veilig bij mij, die komen nooit op straat? Kun je tegen je klant zeggen: de overheid gaat die gegevens nergens anders opslaan, bewaren of gebruiken? En als je zoiets zegt als coffeeshophouder, waar baseer je dat dan op?”

Coffeeshophouders worden volgens Beckers ten onrechte keihard aangepakt

“Ze zijn sinds jaar en dag afhankelijk van verschillende overheden. Ze moeten het de belastingdienst naar de zin maken, terwijl ze niet eens beschikken over facturen bij de inkoop van hun cannabisproducten. Ze moeten het de gemeente naar de zin maken, want ze moeten overlast voorkomen. Ze moeten het weer de politie naar de zin maken, want ook daar moet men meewerken aan controles. Ze moeten het met de buurt heel goed kunnen vinden. Dus als je coffeeshophouder wil zijn en je wil succesvol zijn, moet je kunnen netwerken en dan moet je een heel goed karakter hebben. En dat vind ik eigenlijk wel het fijne van de coffeeshophouder. Wat vind ik nu het trieste? Dat juist deze categorie zo knoerthard wordt aangepakt, met dit beleid. Want zij lijden er natuurlijk als eerste onder.”

De Nederlandse rechtspraak dreigt door de wietpas volledig vast te lopen

“Alvorens een systeem echt vastloopt, ben je wel wat jaren verder. Want we praten nu over opsporen, en opsporen is natuurlijk de eerste stap en vervolgens komt nog eens een keer die vervolging. Doorgaans duurt dat een behoorlijke tijd. En hoe sneller je die vervolging nu ter hand neemt, hoe meer dat weer ten koste gaat van andere zaken die eigenlijk spoedeisend zijn en behandeld zouden moeten worden. Natuurlijk is het voor de rechter frustrerend als de politiek hem met werk opzadelt, waar hij niet op staat te wachten. Dat zou zelfs kunnen betekenen dat je strafrechters tekort komt, dat je strafrechters moet inzetten voor zaken, terwijl ze andere zaken ook zouden moeten gaan doen.”

Er lopen nog verschillende procedures tegen de staat om de wietpas van tafel te krijgen

“Er zijn twee criteria, dus dan moet je eigenlijk naar twee argumenten zoeken. Bij het Ingezetenencriterium is voor de rest van Nederland de grote vraag: kun je daar nog spreken over een objectief gerechtvaardigde vorm van het maken van onderscheid op grond van met name de nationaliteit? Want als je zegt: je moet ingezetene van Nederland zijn, dan raak je daarmee met name de buitenlander, degene die geen Nederlandse nationaliteit heeft.

In Maastricht is dat ooit in een procedure door een rechter in orde bevonden, omdat die rechter zei: Maastricht heeft te kampen met ernstige vormen van drugsoverlast, waarvan coffeeshoptoerisme een onderdeel is, alle andere minder vergaande maatregelen om dat terug te dringen zijn ingezet, maar zijn niet succesvol gebleken en er blijft maar één ding over en dat is discrimineren. Als je vanuit die gedachte naar de rest van Nederland kijkt, bijvoorbeeld naar Groningen, waar nog geen vijf procent van de coffeeshopbezoekers uit het buitenland komt, dan moet je je afvragen: met welk recht kun je dit argument nou met droge ogen gebruiken in een stad als Groningen?”

“Wat ik had verwacht is dat de zaak die in Maastricht had gediend er toe zou leiden dat men de Opiumwet zodanig zou aanpassen dat de burgemeester de bevoegdheid zou krijgen om op lokaal niveau verdergaand te reguleren. Want dan kun je namelijk lokaal maatwerk leveren. Bij dat lokale maatwerk zou je dan de ruimte hebben om in te grijpen als sprake is van een echt exces. En ik denk als je kritisch kijkt naar de rechtspraak, dan zou de vraag dus beantwoord moeten worden: is hier discriminatie over heel Nederland objectief gerechtvaardigd? Daarop lijkt mij maar één juist antwoord mogelijk: nee. Dan hebben we het over artikel 1 van de Grondwet, dat is hét kapstok-artikel op dit gebied.”

“Dan heb je het Besloten club criterium. Stel dat je in ieder geval de ingezetenen, laten we die even passeren, ik kijk nu alleen even naar het Besloten club criterium, dus dat je verplicht wordt om lid te worden van een vereniging. Want dat is hier aan de orde: als consument wordt je verplicht om lid te worden van een coffeeshop. Men zegt: dat is geen plicht, want als jij geen cannabis wil kopen in een coffeeshop, dan moet je geen lid worden. Maar stel, ik ben cannabisconsument: waar kan ik dan die cannabis elders kopen? Als ik geen lid word, dwing je me de criminaliteit in.

Je zegt zelf als overheid: ik heb die coffeeshops nodig, want die zijn rustig, die zijn veilig, daar heb ik ook een scheiding van de drugsmarkten, dat doe ik in het belang van de volksgezondheid. Dus als je mij eigenlijk verplicht om naar die coffeeshop te gaan, als lid, om mijn gezondheid te beschermen, moet ik mijn privacy opofferen… dat is een heel gekke redenering. Want onze grondwet zegt dat ik de vrijheid heb om mij te verenigen. Ik kan niet verplicht worden om mij te verenigen. Ik kan niet verplicht worden om lid te worden van het CDA of van de VVD. Dat is een groot goed.”

“Daarnaast is het zo dat door dat lidmaatschap mijn persoonsgegevens bij mensen komen te liggen waar ik geen controle op heb. En als je ziet hoe bar en boos die overheid zelf omgaat met persoonsgegevens, dan stemt dat niet echt tevreden, als je nu kijkt naar de huidige praktijk. Je ziet ook dat de overheid die coffeeshophouders geen duidelijke handvatten heeft gegeven. Het is niet zo dat ze zijn geconfronteerd met: dit is een systeem, zo moet u het gaan doen. Men heeft dat gewoon overgelaten aan de praktijk. En dan zie je nu al dat dat heel ver gaat, sommige mensen maken al -onwetend- kopietjes van het paspoort waar dan een foto op staat, een BSN-nummer, dus vergaande inbreuken op die privacy. En volgens mij is het zo dat de wet hier niet in voorziet.”

Ben je als lid van een coffeeshop straks ook lid van een criminele organisatie?

“We hebben te maken met een bestuursrechter, Raad van State, die onlangs heeft geoordeeld dat het gebruik van cannabis in de Opiumwet verboden is. Terwijl we jarenlang hebben geroepen: het gebruik op zichzelf is niet verboden, maar je mag het niet opzettelijk aanwezig hebben. Maar gebruik, dat willen we niet strafbaar stellen, want anders criminaliseer je iemand en dat wil je niet, want je wil nou juist dat hij toegankelijk is, ook voor een stukje hulpverlening. Maar goed, dit is de uitleg van de hoogste bestuursrechter.

Dat betekent dus dat je zegt: u verenigt zich met het doel om er een illegale activiteit op na te houden. Je kunt zelfs nog een stapje verder gaan en zeggen: door duurzaam lid te worden van een coffeeshop, houd je de illegale aanlevering aan de achterdeur in stand. Want jij bent degene die structureel afneemt, terwijl je weet: het wordt illegaal aangeleverd. Dan zou je je kunnen afvragen of jouw duurzame lidmaatschap je niet verweten zou kunnen gaan worden in de toekomst, in de vorm van deelneming aan een criminele organisatie.”

De VOC Blog

Welkom bij het VOC, dé koepel van alle organisaties en individuen in Nederland die gekant zijn tegen het verbod op cannabis. Repressie is dure en contraproductieve symboolpolitiek. Wereldwijd vindt het Nederlandse beleid van decriminalisering steeds meer weerklank. Het is tijd voor de volgende stap: cannabis uit de strafwet.