Boeiende speech Freek Polak over regulering cannabis bij afscheid Egbert Tellegen

  • SHARE:
  • Tweet this

November 29th, 2013 | 15:17
Door webmaster

Na een academische carrière van vijftig jaar nam Egbert Tellegen gisteren in Utrecht afscheid als hoogleraar milieukunde. Onder de sprekers was Freek Polak (VOC, Stichting Drugsbeleid). Lees zijn afscheidsrede. “We bevinden ons in de eerste fase van de overgang naar algehele drugslegalisering, maar het kan nog heel lang worden tegengehouden, vanwege de enorme belangen die op het spel staan.”

Na een academische carrière van vijftig jaar nam Egbert Tellegen gisteren in Utrecht afscheid als hoogleraar milieukunde. Onder de sprekers was Freek Polak (VOC, Stichting Drugsbeleid). Lees zijn afscheidsrede. “We bevinden ons in de eerste fase van de overgang naar algehele drugslegalisering, maar het kan nog heel lang worden tegengehouden, vanwege de enorme belangen die op het spel staan.”

Egbert Tellegen neemt afscheid als hoogleraar, Utrecht, 28 november 2013 (Foto © Gonzo media)

Egbert Tellegen neemt afscheid als hoogleraar, Utrecht, 28 november 2013 (Foto © Gonzo media)

In 2008 publiceerde Tellegen ‘Het utopisme van de drugsbestrijding‘, een magistraal boek over de oorlog tegen drugs (klik hier voor een interview met Egbert Tellegen over dit boek). Freek Polak vertelde in zijn afscheidsrede in de aula van de Universiteit Utrecht hoe Tellegen daar toe kwam. Pikant detail: in de zaal bevonden zicht niet alleen oud-premier en “vader van het gedoogbeleid” Dries van Agt, maar ook voormalig minister van justitie Winnie Sorgdrager (D66). Tijdens het eerste Paarse kabinet had Sorgdrager alle kans om cannabis eindelijk fatsoenlijk te reguleren. Tot ontsteltenis van veel D66-kiezers, koos zij echter voor het tegenovergestelde en zette de lijn van repressie in die nog steeds leidend is in Den Haag.

Freek Polak spreekt bij het afscheid van Egbert Tellegen (Foto © Gonzo media)

Freek Polak spreekt bij het afscheid van Egbert Tellegen (Foto © Gonzo media)

Hieronder de volledige tekst van de speech van Freek Polak, een commentaar op de presentatie van Dirk Korf, bijzonder hoogleraar criminologie en directeur van het Bonger Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Korf poneerde de volgende vier stellingen over drugsbestrijding:

1. Drugsbestrijding bevordert de jacht op nieuwe drugs door drugshandelaren.

2. Vooral commerciële drugshandelaren spinnen garen bij drugsbestrijding.

3. Drugsconsumenten prefereren bestaande drugs boven nieuwe.

4. Drugsbestrijding vergroot het risico op gezondheidsproblemen bij gebruikers.

Commentaar op de presentatie van Prof. dr. Dirk Korf

door Freek Polak

Beste Egbert,

We hebben elkaar leren kennen in de werkgroep die voor het wetenschappelijk bureau van Groen Links een rapport heeft geschreven met als titel: “Regulering van drugs voor een veiliger samenleving” (2003). Het werd zo helder en duidelijk, dat het bestuur van Groen Links het niet aandurfde ermee de boer op te gaan, en het zelfs niet aan de eigen leden heeft voorgelegd.

Maar het was een goed rapport, en het onderwerp liet je niet meer los.

Je ging een boek schrijven over het drugsbeleid. Dat werd je onvolprezen boek “Het utopisme van de drugsbestrijding”. Ik mocht wel eens optreden als éen van je vele vraagbaken bij het schrijven ervan, en ik heb gezien hoe snel je je de materie eigen maakte, overzicht kreeg, nieuwe informatie in je opnam, en daarbij ook bewust ruimte maakte voor de verschillende visies op het drugsbeleid die nu eenmaal naast en tegenover elkaar staan.

In de afgelopen dagen heb ik gezocht naar een onderwerp waarover we van mening verschilden, maar ik kon er geen vinden. Over belangrijke zaken zijn we het nog nooit oneens geweest.

In de presentatie van prof. Korf hoorde ik veel nieuwe en interessante informatie over de wereld van de “nieuwe drugs”, vroeger designer drugs genoemd, nu hoog op de agenda van de Europese Unie onder de noemer NPS, “New Psychoactive Substances”.

Sinds enige tijd wordt in sommige landen nagedacht over regulering van NPS, omdat men nu alleen kan kiezen tussen niets doen, of een volledig verbod instellen. Kennelijk is het inzicht doorgebroken dat het in sommige situaties beter kan zijn tot regulering over te gaan.

Ik heb lang gedacht dat regulering van nieuwe drugs pas goed zal kunnen uitwerken, wanneer de bestaande gecriminaliseerde drugs goed gereguleerd zijn. Immers, pas dan kan blijken welke vraag overblijft naast die naar de inmiddels gelegaliseerde drugs.

Zoals we van Korf hoorden worden de productie en het gebruik van nieuwe drugs in sterke mate beïnvloed door wat zich afspeelt op de markten van de illegale drugs.

Nieuw Zeeland heeft kort geleden als eerste land een systeem van regulering van New Psychoactive Substances ingevoerd. Hierbij krijgen producenten de gelegenheid aan te tonen dat het middel veilig is. Ervaring daarmee is er nog vrijwel niet, en ik ben benieuwd of het mogelijk zal zijn met redelijke snelheid beslissingen te nemen, en vervolgens of die beslissingen inderdaad tot afname van de problemen zullen leiden.

Omdat ik weet dat de belangstelling van Egbert het gehele drugsbeleid omvat, voel ik me vrij om nog iets te zeggen over een enkel ander thema.

Nu Uruguay als eerste land is overgegaan tot volledige wettelijke regulering van de cannabismarkt, en ongeveer gelijk daarmee twee Amerikaanse staten, Colorado en Washington dat zelfde doen, lijkt het me duidelijk dat wat cannabis betreft de internationale drugsconventies hun langste tijd gehad hebben.

We bevinden ons in de eerste fase van de overgang naar algehele drugslegalisering, maar het kan nog heel lang worden tegengehouden, vanwege de enorme belangen die op het spel staan.

Om maar iets te noemen: niemand weet hoeveel miljarden banken verdiend hebben aan het witwassen van drugsgeld, maar we weten wel dat bijvoorbeeld de HSBC, Hong Kong and Shanghai Banking Corporation (een Engelse bank) zonder moeite twee miljard dollar boete heeft betaald voor jarenlang grootschalig witwassen, en verder vrijuit ging.

In de VS en helaas ook in enkele andere landen zijn veel gevangenissen gepriva­tiseerd. De gevangenen kunnen verhuurd worden, om laag-betaald werk te doen. Aandeelhouders kunnen alleen genoeg verdienen wanneer de gevangenissen vol zitten. De zogenaamde drugsbestrijding zorgt daarvoor.

Verandering
Verandering kan geleidelijk gaan, stapsgewijs, of discontinu. Tegen dat laatste, radicale verandering, wordt meestal gewaarschuwd. Het lijkt vanzelfsprekend dat de veranderingen die we in het drugsbeleid nog zullen moeten doorvoeren, stapsgewijs moeten zijn. Korf heeft dat ook genoemd.

Wat Uruguay en de twee Amerikaanse staten nu doen kan echter niet meer stapsgewijs genoemd worden, dit is discontinue verandering. De andere drugs zijn nog wel illegaal, of om precies te zijn, het bezit ervan voor persoonlijk gebruik is gedecriminaliseerd, maar wat cannabis betreft is de beleidswijziging radiaal en totaal.

Nederland heeft daar in 1976 niet voor gekozen, maar zette een belangrijke eerste stap: cannabis werd tot soft drug verklaard en gedecriminaliseerd – inclusief de verkoop van kleine hoeveelheden. De coffeeshops ontstonden en kregen gedoog­vergunningen, maar de supply side, de “achterdeur” bleef volledig illegaal. En de aanpak van de hard drugs werd nog wat verhard, om de schijn van een evenwichtig beleid op te houden.

Nederland nam dus in 1976 wel degelijk een grote stap, maar in de ruim 35 jaar daarna heeft ons land wat cannabis betreft niet zozeer stil gestaan, als wel een nieuw en ernstig  probleem gecreëerd bij de kweek en distributie van de cannabis die in coffeeshops mocht worden verkocht.

Ik bewonder de Uruguayaanse regering die na grondige studie van de gang van zaken elders heeft besloten in éen keer de gehele cannabismarkt wettelijk te reguleren, en daarbij drie mogelijkheden open te stellen voor de liefhebbers: thuis kweken, in clubverband kweken, en aankoop bij apotheken, met en zonder recept. Coffeeshops, of cannabistro’s, zijn niet in het systeem opgenomen, maar dat kan later nog wel.

De Nederlandse ervaringen met wat eerst nog het softdrugsbeleid werd genoemd, maar ook met het drugsbeleid in bredere zin, zijn wat de volksgezondheid betreft gunstig gebleken. In de eerste jaren na 1976 nam het aantal gebruikers wel toe, maar die toename was kleiner dan in landen met strikte toepassing van de Opiumwet. Tot nu toe zijn de Nederlandse statistieken, die internationaal als betrouwbaar worden beschouwd, nog altijd rond het gemiddelde van de EU landen.

Met de cijfers over deze ontwikkelingen had Nederland al lang geleden in de VN aan de orde moeten stellen dat ons beleid, dat gebaseerd is op regulering, geen slechtere resultaten oplevert dan alles verbieden – en dat dit tot een herziening van de drugsconventies behoort te leiden.

Wanneer had dit kunnen en moeten gebeuren?

Volgens mij was de tijd hiervoor rijp in 1995, toen de regering de nota “Het Nederlandse drugbeleid. Continuïteit en verandering” uitbracht, meestal aangeduid als de “Paarse Drugsnota”.

Er zou heftige weerstand zijn, vanzelfsprekend, maar Nederland had met de cijfers in de hand krachtig kunnen uitdragen dat het onnodig en zinloos is cannabis te verbieden.

Prof. Jan van Dijk, voormalig topambtenaar op Justitie heeft eerder deze maand op een symposium van de Stichting Drugsbeleid verteld dat in die tijd alle stukken klaar lagen om over te gaan tot legalisering.

Maar, men heeft dit niet aangedurfd, of niet gewild. Ongefundeerde kritiek op het Nederlandse beleid (die vooral geleverd werd door landen waar de toestand slechter was dan in Nederland) werd door opvolgende regeringen gebruikt om verdere ontwikkelingen tegen te houden.

Toch mogen we gelukkig nog wel een beetje tevreden zijn, omdat de Nederlandse ervaringen zeker een rol hebben gespeeld in de recente besluitvorming in Uruguay en in de VS.

De VOC Blog

Welkom bij het VOC, dé koepel van alle organisaties en individuen in Nederland die gekant zijn tegen het verbod op cannabis. Repressie is dure en contraproductieve symboolpolitiek. Wereldwijd vindt het Nederlandse beleid van decriminalisering steeds meer weerklank. Het is tijd voor de volgende stap: cannabis uit de strafwet.