Cannabis en de speekseltest 1: de regels en de problemen

  • SHARE:
  • Tweet this

July 18th, 2017 | 10:48
Door webmaster

Sinds 1 juli controleert de politie met een speekseltest op gebruik van cannabis en een aantal andere illegale drugs door verkeersdeelnemers. De straffen zijn hoog, de methode is omstreden en de politie en het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen) spreken elkaar tegen. In drie artikelen beschrijft Mario Zwart de problemen rond de speekseltest en manieren om je als cannabist te beschermen.

Cannabis en de speekseltest 1: de regels en de problemen

Door Mario Zwart

De Dräger 3000 speekseltest (Foto: Dräger)

Bijna 43 jaar na de invoering van de alcoholtest in het verkeer is hij er dan nu echt: de drugstest. Per 1 juli 2017 kan de Nederlandse politie speeksel van automobilisten testen, om autorijden onder invloed van drugs aan te tonen. Helaas zitten er voor cannabis forse nadelen aan deze test.

De politie kan de speekseltest afnemen als ze vermoedt dat een automobilist drugs heeft gebruikt. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit vreemd rijgedrag, een zakje wiet op het dashboard of onsamenhangende spraak. Dat er een concrete aanleiding moet zijn is anders dan bij alcoholtesten, waar in principe iedere automobilist in de ‘fuik’ wordt getest.
Als de speekseltest aantoont dat er drugs is gebruikt (getest wordt op THC, cocaïne, speed, xtc en opiaten), moet je mee naar het bureau, waar een arts wat bloed zal afnemen. Dat wordt onderzocht met veel gevoeliger en nauwkeuriger apparatuur. De bloedproef geeft daarom ook aan hoevéél THC in het bloed zit.
Zowel de speekseltest als de bloedproef hebben ondergrenzen. Bij de speekseltest wordt die bepaald door de techniek. In Nederland wordt de Dräger 3000 test gebruikt. Er zijn uiteenlopende cijfers te vinden voor de ondergrens (de zogenaamde cut-off value) van deze test, vermoedelijk ligt deze bij 15 ng/mL. Dit is dus 15 miljardste (!) gram per milliliter speeksel; ofwel 15 microgram per liter. Bij de bloedtest kunnen nóg veel lagere waardes worden gemeten, maar hier is de norm voor strafbaarstelling gesteld op 3 microgram THC per liter bloed.

Wie te hoog scoort op de bloedproef, kan worden gestraft met maximaal drie maanden celstraf of een geldboete tot €8.200 (!). Ook zal de politie een melding doen bij het CBR, dat het rijbewijs voor minimaal één jaar zal intrekken. Het rijbewijs kun je na een jaar terugkrijgen, op twee voorwaarden:
– je bent een jaar lang ‘clean’ gebleven, te bewijzen met drugstesten;
– er ligt een positief advies van de psychiater met wie je (verplicht) gesprekken voert.

Foto: NKC

De testen en de psychiater moet je zelf betalen, de kosten zitten al snel boven de €1.000. Na teruggaaf van het rijbewijs zul je nog minstens twee jaar lang ‘herkeuringen’ krijgen, waarin wordt gekeken of je toch weer drugs hebt gebruikt. In het CBR-traject wordt gewerkt met urinetesten. Deze hebben voor de cannabist als groot nadeel dat ze ver ‘terugkijken’ omdat ze niet op THC testen maar op het afbraakproduct THC-COOH. Druggebruik van wéken terug is nog aan te tonen.

Als je bent betrapt met teveel THC, betekent dat dus:
– een boete (tot maximaal €8.200) van de strafrechter;
– een jaar lang je rijbewijs kwijt;
– minimaal €1.000 kosten voor CBR-drugtests en psychiaters;
– geen drugs gebruiken gedurende het ‘straf-jaar’, maar ook niet in de 2 tot 4 jaren daarna.
Heftige straffen dus.

Met deze drugstesten is het nodige mis. Zeker als het om THC gaat.

Ross Rebagliati (Foto: Rachael Ashe / Wikipedia)

Probleem 1: zwakke invloed THC- rijvaardigheid
Er is maar een zwak verband tussen de hoeveelheid THC in het bloed en de rijvaardigheid; veel zwakker dan het verband tussen alcohol en rijvaardigheid. Internationaal is er geen consensus over een verkeersnorm. In Nederland ligt de limiet op maximaal 3 microgram THC per liter bloed. In Duitsland op 1 microgram, in Colorado op 5 microgram. Ter vergelijking: in 1998 won de Canadese snowboarder Ross Sebagliati op de Olympische Winterspelen van Nagano de gouden medaille. Bij de dopingtest bleek hij positief op THC: 17,8 microgram/liter. Dat is bijna zes keer de Nederlandse THC-norm voor het verkeer, en achttien keer de Duitse! Dit toont weer aan dat cannabis echt iets anders is dan alcohol. Er is geen wetenschappelijke éénduidigheid over de invloed van THC op het rijgedrag, en de zaak Sebagliati toont aan hoe absurd de regels zijn. Het is ondenkbaar om na 20 biertjes een Olympische finale te winnen. Maar bij cannabis kan dat. Omdat het effect veel milder is.

Een aantal cannabinoïden en hun specifieke werkzaamheid en effect

Waarom is er eigenlijk nauwelijks één norm aan te geven?
a) door de tolerantie van de gebruiker. Een zelfde hoeveelheid cannabis komt bij ervaren gebruikers minder hard aan dan bij nieuwelingen. Voor medische gebruikers wordt dit ook door het CBR erkend: mediwietpatiënten mogen pas rijden als ze dagelijks gebruiken, en dan pas na een gewenningsperiode van 2 weken. Het CBR zegt hiermee dus dat je kunt wennen aan de effecten van cannabis en dat je er prima auto mee kunt rijden – maar vreemd genoeg alleen als je patiënt bent. Wie recreatief regelmatig een jointje smoort heeft namelijk een “verslavingsprobleem” en mag dan juist niet rijden;
b) door de invloed van CBD, CNB, terpenen, flavonoïden. Deze beïnvloeden en dempen het effect van de THC. Een meting van alleen THC zegt dus weinig. Hoeveel CBD zat er bij? En welke terpenen en – andere stoffen? Als het gaat om medicinaal gebruik wordt wel erkend dat het bij cannabis om veel méér dan alleen THC gaat. Niet voor niets levert de firma Bedrocan vijf verschillende soorten mediwiet, met verschillende profielen. En ook geven onderzoeken aan dat natuurlijke cannabis effectiever is en meer wordt gewaardeerd dan pure (synthetische) THC.
c) door de geschiedenis, het lichaamsgewicht en de stofwisseling van een gebruiker. THC hecht zich aan lichaamsvet en wordt daarna langzaam (gedurende vele weken) afgegeven. Een consument die al langere tijd cannabis gebruikt heeft een hogere THC-spiegel. Terwijl hij (zie: tolerantie) juist minder effect voelt.
Toch gaat de wetgever er vanuit dat alléén THC het effect bepaalt, en wordt geen rekening gehouden met tolerantie of met de opslag van THC in het lichaam.

Probleem 2: niet-evenredig bestraft
Hoewel cannabis minder invloed op de rijvaardigheid heeft dan alcohol, wordt het veel zwaarder bestraft. Wie rijdt met teveel drank op, krijgt een boete tussen de €325 en €650, afhankelijk van het promillage. Voor de zwaardere gevallen zijn er ook verplichte cursussen (op kosten van de overtreder). Intrekking van het rijbewijs gebeurt bij alcohol alleen bij heel zware gevallen. Bij alle andere middelen gebeurt dit altijd. Bij alcohol is er maatwerk: hoe zwaarder de overtreding, hoe zwaarder de straf. Bij alle andere drugs (zoals cannabis) is er maar één straf: de allerzwaarste.
Op de website van het OM is het verschil in taal ook opvallend. Over alcohol: “Het is verboden een voertuig te besturen met meer dan 0,5 ‰ alcohol in het bloed. Dit is zo’n 2 glazen alcoholische drank. Het beste is om nuchter achter het stuur te zitten.
Je zou dan over andere drugs iets verwachten als: ‘autorijden is verboden met meer dan 3 ug THC in het bloed. U kunt na een jointje dus beter even wachten’. Maar nee, wat wordt over andere drugs gezegd? “Drugs in het verkeer zijn absoluut verboden. Dit geldt voor alle hard- en softdrugs zoals cocaïne, XTC en cannabis“.
De boodschap is duidelijk: Een kleine hoeveelheid alcohol kan best, maar een kleine hoeveelheid van ieder ander middel is streng verboden. Dat is raar, want als het om verkeersveiligheid zou gaan, dan zou je juist alcohol het hardste moeten aanpakken.
En wat is het effect van “meteen de allerzwaarste straf geven”? De limieten liggen zo laag, dat iedere regelmatige cannabisgebruiker de klos is bij een bloedproef. Of je nu een week lang niks blowt, of nog tijdens het rijden drie joints rookt: de straf is in alle gevallen gelijk. Intrekking van het rijbewijs plus een hoge boete. Stel dat je altijd een hoge snelheidsboete krijgt, of je nu hard of langzaam rijdt. Dan is er geen enkele stimulans om langzamer te rijden. Zo werkt het bij de cannabis-boetes nu ook. Je kunt net zo goed wél blowen.

De enige manier om legaal auto te rijden is dus: totaal te stoppen met alle andere middelen dan alcohol. Dat is geen realistische verwachting. Het helpt de verkeersveiligheid ook niet. In Colorado is gebleken dat cannabis in het verkeer veiliger is dan alcohol. Het aantal verkeersongevallen is verminderd na de legalisering van cannabis, doordat consumenten méér cannabis en minder alcohol gebruiken. Als het Nederlandse beleid “slaagt” zal er een verschuiving van cannabis naar alcohol plaatsvinden. Dat is dus negatief voor de verkeersveiligheid.

Tramadol en Benzodiazepines (Foto: Tramadol Abuse Help)

Probleem 3: Benzodiazepines gaan vrijuit
Vreemd genoeg heeft de Nederlandse politie gekozen voor een test die benzodiazepines niet aantoont. Deze slaap- en kalmeringsmiddelen worden door 1,7 miljoen Nederlanders geslikt. Ze vallen in de farmacologische groep GABA-agonisten, net als alcohol en GHB. En ze hebben dus dezelfde werking: versuffing, verminderde coördinatie, ontremming, en een katerig gevoel de volgende dag. Onder invloed van benzodiazepines heeft een automobilist een 50 tot 500 procent hogere kans op een ongeval. Het is vreemd dat niet wordt getest op dit middel, dat méér wordt gebruikt dan cannabis én een aantoonbaar negatiever werking op de rijvaardigheid heeft.

Probleem 4: Onduidelijke informatie over ‘rijden met drugs’
Voor alcohol is het overzichtelijk. Er zijn praktische gedragsregels (“drink maximaal 3 glazen drank”) en er zijn tabellen met boetes en straffen, waarin de zondaar precies kan zien wat hem of haar boven het hoofd hangt. Voor de andere middelen ontbreken deze. Bovendien zitten de politie en het CBR niet op één “lijn” (pun intended).

Medicinale cannabis van Bedrocan (Foto: Bedrocan)

De politie zegt: “Drugs kunnen langere tijd in het lichaam aanwezig blijven na het gebruik. Dit is afhankelijk van diverse factoren: het type drugs, de kwaliteit van de drugs, de frequentie en mate van gebruik en individuele kenmerken, zoals de stofwisseling en het gewicht van de betrokken persoon. Deelname aan het verkeer kan ook nog risicovol zijn als de drugs enkele dagen eerder zijn gebruikt.
Als het gaat om medicinaal gebruik is de politie onverbiddelijk: “Geen uitzondering bij medicinaal gebruik. Net als nu al het geval is, geldt er na 1 juli geen uitzondering voor bestuurders die drugs medicinaal gebruiken. Ook niet als zij bij staande houding aan de politie een medische verklaring kunnen overleggen.
Het CBR zegt daarentegen over cannabis: “Dagelijks medicinaal gebruik: de eerste 2 weken niet autorijden. Incidenteel medicinaal gebruik: niet autorijden tot en met 15 uur na gebruik.

Door Veilig Verkeer Nederland verboden campagne van de VCE (Verenigde Coffeeshops Eindhoven)

Dus, volgens de politie mag je met cannabis nooit rijden. Van het CBR mag het wel, mits je er aan gewend bent. En anders moet je vijftien uur wachten. Of was het nou toch “enkele dagen”, zoals de politie zegt?

ADHD-ers die dexamfetamine slikken, of mediwietpatiënten, kunnen de borst natmaken. Het OM gaat ze een boete van meer dan €8.000 opleggen. Terwijl ze van het CBR wél mogen autorijden met deze middelen, als ze dat op doktersrecept doen.

Ook zorgelijk is dat niet duidelijk is wat de ondergrens is van de speekseltest, de Dräger 3000. Een verstandige particulier die zelf wil testen of hij veilig de weg op kan, komt ook bedrogen uit. De test is maar mondjesmaat, en niet in Nederland, te koop, en is erg duur: zo’n €45 per test.

Deze week is ook deel 2 verschenen: ‘Cannabis en de speekseltest 2: bescherm jezelf’.

De VOC Blog

Welkom bij het VOC, dé koepel van alle organisaties en individuen in Nederland die gekant zijn tegen het verbod op cannabis. Repressie is dure en contraproductieve symboolpolitiek. Wereldwijd vindt het Nederlandse beleid van decriminalisering steeds meer weerklank. Het is tijd voor de volgende stap: cannabis uit de strafwet.