Brief aan Femke Halsema van drugsexpert August de Loor: Amsterdam drugshoofdstad van de wereld?

  • SHARE:
  • Tweet this

September 26th, 2019 | 14:26
Door webmaster

“De beschuldiging als zou het Amsterdamse stadhuis ten aanzien van drugs en druggebruik decennialang de andere kant op gekeken hebben is je reinste onzin!” Dat schrijft drugsexpert August de Loor in een open brief aan de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema. En hij legt uit wat er echt aan de hand is met drugs in de hoofdstad.

Beste Femke,

Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam (Foto: Harold Pereira / Wikimedia)

In het rapport ‘De achterkant van Amsterdam’ van de onderzoekers Tops en Tromp, met een verkenning van drugsgerelateerde criminaliteit, wordt op basis van informatie van niet nader te verifiëren bronnen een beeld geschetst als zou Amsterdam de drugshoofdstad van de wereld zijn. Het logische verdere beeld dat daardoor in het rapport naar voren komt is dat Amsterdam, meer dan enige stad in de wereld, gebukt gaat onder een verregaande ondermijning van het stedelijk maatschappelijk bestel, door de enorme inkomsten uit de illegale drugshandel. “De drugscriminelen hebben Amsterdam in de greep en het zwarte geld zit letterlijk onder iedere stoeptegel van de stad”!

Hierbij spreek ik mijn grote mate van bezorgdheid uit op hoeveel bijval dit rapport heeft gekregen. Belangrijke sleutelfiguren in onze stad en land hebben bovenstaand beeld zelfs nog aangescherpt, waarbij ik jou verdere extreme oneliners zoals bovenstaand bespaar.
Er is meer dan voldoende aanleiding voor een kritische reactie.

1) Als Amsterdam de drugshoofdstad zou zijn, dan zou dit alleen maar gesteld kunnen worden bij een vergelijkend onderzoek door Tops en Tromp met andere steden in Europa. En als zij daarbij de jaarlijkse rapportages van de in Lissabon gestationeerde EMCDDA erop hadden nageslagen, komt er geen enkele indicatie naar voren als zou Amsterdam ook maar in de buurt komen van waar Tops en Tromp hun veronderstelling op baseren. En ook mijn vijftig jaar kennis en ervaring en contacten met drugsdeskundigen van over de hele wereld vormen een bron waaruit een geheel andere ranking opgemaakt kan worden van hoe Amsterdam ervoor staat ten aanzien van drugs en druggebruik.

Schelto Patijn (1936-2007), burgemeester van Amsterdam tussen 1994 en 2001.

2) De beeldvorming van Amsterdam als drugsstad is een uitvloeisel van de manier waarop Amsterdam zich de afgelopen veertig jaar in menig opzicht heeft onderscheiden met zijn drugsbeleid, dat zich deels openlijk manifesteert. De zichtbaarheid van coffeeshops wordt in de beeldvorming synoniem met het idee dat er veel drugs worden gebruikt, terwijl de data van genoemde EMCDDA Europese Drugsmonitor daar geen enkele onderbouwing voor geven. Het is wijlen burgemeester Patijn die de zichtbaarheid van coffeeshops, smartshops, XTC testservices op festivals, spuitomruilprojecten, heroïneverstrekking en andere drugsbeleidslijnen op basis van Harm Reduction juist als verworvenheid zag van het drugsbeleid. “Hoe zichtbaarder, hoe meer toezicht, hoe meer rendement van het beleid”, zei burgemeester Van der Laan bij de start van de waarschuwingscampagne ‘IGNORE STREETDEALERS’.

Het heeft er alle schijn van dat Tops en Tromp zich er toe hebben laten verleiden juist die mensen te interviewen over wie Patijn, als hij nog zou leven, gezegd zou hebben dat zij het openlijke karakter van het Amsterdamse drugsbeleid vereenzelvigen met de mantra dat in Amsterdam alles kan en mag. De mantra dat het gedoogbeleid synoniem is voor een slap beleid, terwijl Patijn steeds maar weer benadrukte dat het gedoogbeleid een streng beleid is, van een actieve handhaving van de gedoogcriteria. De beschuldiging als zou het Amsterdamse stadhuis ten aanzien van drugs en druggebruik decennialang de andere kant op gekeken hebben is dus je reinste onzin!

3) Een meer recente voedingsbodem voor de genoemde ‘alles kan en mag’ mantra is het idee dat het gebruik van drugs de afgelopen jaren genormaliseerd zou zijn en dat er zonder enige restrictie maar van alles en nog wat geslikt en gesnoven wordt. Sinds de opkomst van wat omschreven kan worden als de moderne trends in drug en druggebruik vanaf de jaren zestig, heeft iedere oudere generatie de neiging om de nieuwere generatie te betichten van extremer druggebruik. Zonder mij te wagen aan de vraag welke psychologische of sociologische mechanismes hieraan ten grondslag liggen, constateer ik dat deze beeldvorming de laatste decennia is doorgedrongen tot de meer officiële kaders in de verslavingszorg, eerste hulp instanties, schooldecanen tot de Amsterdamse Ombudsman aan toe. Zo zou tegenwoordig op de Amsterdamse middelbare scholen het gebruik van cocaïne de norm zijn. Volgens deze veronderstelling zou de niet gebruikende scholier een outcast zijn omdat hij bijvoorbeeld als 15-jarige niet de dagelijkse 65 à 75 euro cocaïne onkosten kan ophoesten.

Ook het Tops/Tromp rapport en de vele reacties daarop geven legio voorbeelden van het idee dat er maar een eind op los gesnoven, geblowd en geslikt wordt. Wat er werkelijk aan de hand is, is een vervolksing van bepaalde soorten drugs zoals XTC en cocaïne. Een van de belangrijkste kenmerken van die vervolksing is dat de toename van het aantal gebruikers evenredig verloopt met een afname aan extremiteit in het gebruik, aangezien het vervolksen meer conservatieve normen en waarden (rituelen) genereert over het niet uit de hand lopen van het gebruik. Bij grondige waarneming van elke afzonderlijke drugstrend van subcultuur naar vervolksing over de afgelopen decennia is dit mechanisme te herleiden, maar het is begrijpelijkerwijs niet bekend bij omstanders die wel de toename van het aantal gebruikers zien maar onwetend zijn over de afname van de extremiteit.

Het is schrijnend om te zien wat de omschrijving van normalisering aan schrikbeelden/ doemscenario’s oplevert, terwijl er in feite sprake is van een vervolksing, wat alom over het hoofd wordt gezien. Het moge duidelijk zijn dat doemscenario’s nou niet zo’n goede basis vormen voor het verder ontwikkelen van het Amsterdamse drugsbeleid. Dezelfde beeldvorming van schrikbeelden doet zich voor bij de bewering dat Amsterdam in de greep zou zijn van het zwarte geld dat met de drugshandel wordt verdiend.

August de Loor (Foto © Gonzo Media)

1) Om me in deze notitie tot cannabis te beperken: het zijn de coffeeshops die ervoor zorgen dat het overgrote deel van de inkomsten van de verkoop van cannabis aangewend wordt voor het betalen van de omzetbelasting, BTW, loonbelasting en andere sociaal/financiële verplichtingen van het personeelsbeleid, verhuur van het pand, noodzakelijke verbouwingen als onderhoudskosten wat ten goede komt aan de lokale aannemers/loodgieters, accountants, cursussen voor het personeel en wat er zich nog meer aan dagelijkse in- en uitgaven voordoet. Geld dat rechtstreeks in de reguliere economie van Amsterdam vloeit. In geen enkele stad in Europa worden de inkomsten uit de verkoop van cannabis op deze zeer directe manier omgezet in de reguliere lokale economie en in werkgelegenheid.

Het had van de wetenschapper bestuurskunde, de heer Tops, verwacht mogen worden dat deze nuance verwerkt zou worden in de analyses over de drugsgerelateerde geldstromen in de Amsterdamse samenleving, die in menig opzicht anders van aard en omvang zijn dan in steden zonder coffeeshops. En als Amsterdam vergeleken wordt met de andere grote steden van Nederland met per stad substantieel minder coffeeshops, steekt Amsterdam ook gunstig af; de winsten over de verkoop van cannabis zijn over zeer vele handen verdeeld. En wat ik van economen nog een beetje begrijp is dat zwart geld op zich niet zozeer het probleem is, zolang het maar niet in handen is van een beperkt aantal mensen.

2) In het buitenland, waar dit systeem van coffeeshops ontbreekt, is al het geld dat verdiend wordt aan cannabis honderd procent zwart, met daar bovenop als ongunstig bijeffect dat een deel van dat zwarte geld besteed wordt aan de inkoop van harddrugs; bij een groot deel van de illegale dealadressen kan de consument zowel soft- als harddrugs kopen. Wat dit vervolgens aan verharding van het drugsgerelateerde zwarte geld voor die landen betekent moge duidelijk zijn. Met het systeem van coffeeshops en de strikte scheiding tussen soft- en harddrugs blijft Amsterdam (en Nederland) een dergelijke verharding bespaard.

Wordt vervolgd!

August de Loor, stichting Adviesburo drugs
11 september 2019

De VOC Blog

Welkom bij het VOC, dé koepel van alle organisaties en individuen in Nederland die gekant zijn tegen het verbod op cannabis. Repressie is dure en contraproductieve symboolpolitiek. Wereldwijd vindt het Nederlandse beleid van decriminalisering steeds meer weerklank. Het is tijd voor de volgende stap: cannabis uit de strafwet.