De wietproef: wonderkind of total loss?

  • SHARE:
  • Tweet this

October 10th, 2019 | 11:42
Door webmaster

Huiscolumnist Mario Zwart dook in de ‘Ontwerp regeling experiment gesloten coffeeshopketen’. Zijn conclusie: de consument is beter af bij een huisdealer.

De wietproef: wonderkind of total loss?

door Mario Zwart

Regels, regels, regels…maar waarom toch?
De wietproef bestaat tot nu toe uit regels. Veel regels. De kwekers moeten een administratie bijhouden waar die van kerncentrale Borssele bij verbleekt. Dat elk zakje wiet traceerbaar moet zijn, oké. Maar waarom moeten kwekers ook per plant bijhouden op welke datum die is verpot, of de pot is verplaatst, en om welke reden, wat het natte gewicht is van knipafval, hoe dat is vernietigd, enzovoorts? De kweker moet voor iedere individuele plant ruim zes pagina’s met gegevens invullen.

Het ministerie van VWS denkt, zo staat in de paragraaf Regeldrukeffecten, dat deze administratie slechts €0,07 per plant kost. Ja, 7 cent. En Sinterklaas bestaat trouwens ook! In Canada zien we wat de échte gevolgen zijn van dit soort overregulering: slechtere wiet (want geoptimaliseerd voor de toezichthouder, in plaats van voor de klant) tegen 45% hogere prijzen. Dat zakje Silver Haze van €12 kan in het experiment wel eens €17,50 gaan kosten.

Fragment uit de Ontwerp regeling

Verpakkingswaanzin
We wisten al dat je de wiet niet mag ruiken. Dat de verpakking verzegeld moet blijven. Nu kennen we de bizar gedetailleerde voorschriften: de pakjes mogen (zowaar een lichtpuntje!) transparant zijn of één kleur voor buiten en één voor binnen hebben – bijvoorbeeld blauw buiten, wit binnen. De verpakking mag niet glanzend, metallic of fluorescerend zijn. Mat dus, maar pas op: het materiaal moet wél glad aanvoelen: ‘Een verpakkingseenheid heeft een gladde textuur zonder reliëf, decoratieve richels of uitstulpingen’. Welk redelijk doel moet dit alles dienen?

De onzin van THC- en CBD-waardes
Het etiket moet vermelden hoeveel THC en CBD erin zit. Da’s mooi, maar hooguit als ruwe indicatie. Immers: elke plant en elke wiettop is anders. En, zoals iedereen weet die wel eens een oud zakje wiet heeft weggepaft: THC en CBD worden langzaam omgezet in andere stoffen. En tenslotte: het effect van wiet wordt maar deels door THC en CBD bepaald. Het zijn de terpenen, flavonoïden en kleinere cannabinoïden (THCv, CBG, CBN, enzovoorts) die de richting van de high bepalen. Wiet met veel limoneen zal energiek en helder aanvoelen, wiet met veel myrceen voelt kalmer en meer verdovend aan. En zo zijn er nog tientallen terpenen. Daardoor kunnen twee wietjes met gelijke THC en CBD-waardes radicaal verschillend aanvoelen.

Leafly, de grootste cannabis website ter wereld, introduceerde recent een nieuw systeem om de belangrijkste werkzame stoffen in een soort te visualiseren (Beeld: Leafly)

Helaas mag de kweker niet vermelden welke terpenen in de wiet zitten. Verboden! En de klant mag niet ruiken. Een eerlijk etiket zou dus zeggen: ‘Deze toppen komen uit een batch die op het moment van testen gemiddeld 11% THC en 3% CBD had. De waardes op dit moment, voor dit specifieke zakje zijn onbekend. En over het effect van de wiet mogen we u niets vertellen.’ [1]

De telers moeten dus dure testen uitvoeren die wél de kostprijs verhogen – denk aan €1 extra per gram – maar die nauwelijks zinvolle informatie voor de consumenten opleveren.

De klant moet dom gehouden worden
De klant mag overigens veel meer dingen niet weten. Ik citeerEr mag geen informatie op het etiket over terpenen of smaakbeleving. Ook mag er niet op het etiket staan hoe de wiet is geteeld (biologisch, op aarde, hydro, kas, indoor), of andere informatie die een consument kan helpen bij het bepalen van zijn keuze tussen verschillende aangeboden cannabisproducten‘. Een coffeeshop als ‘t Grasje, met o.a. biologische buitenwiet, mag blij zijn dat Utrecht niet aan de wietproef meedoet. Zij kunnen nu, met hun illegale inkoop, méér informatie aan klanten geven dan straks in de proef mag. Ze kunnen klanten laten ruiken, laten kijken, en ze kunnen vertellen hoe de wiet geteeld is. En ze kunnen eerlijke, gebalanceerde voorlichting geven over voor- en nadelen. Dat mag straks allemaal niet meer.

Zo moet bij de wiet een bijsluiter komen met, let op, uitsluitend nadelen en risico’s. De werking, de ‘gewenste effecten van het gebruik van het middel’ mogen absoluut niet worden genoemd, om een ‘aanzuigende werking’ te voorkomen. Alsof je bij een doosje Ibuprofen leest: ‘De werking mogen we niet noemen. Dit om aanzuigende werking te voorkomen. Dit middel is erg riskant. Neem het niet.’ De tekst van de cannabis-bijsluiter wordt as we speak geschreven door het Trimbos Instituut. De Bond van Cannabis Detaillisten (BCD) zag al een conceptversie in: ‘Een uitgebreid epistel waarin alleen maar risico’s en waarschuwingen zijn vermeld. Het is de bedoeling dat deze informatiefolder bij iedere aankoop wordt meegegeven’.

Klik op de afbeelding voor de volledige PDF

Dit wekt weinig vertrouwen. Zeker als we kijken naar de opvattingen van Trimbos over cannabis en de Wietproef. Ik citeer:
– ‘Het is onwenselijk als het experiment “geslaagd” is op het gebied van veiligheid, maar het (problematisch) gebruik is toegenomen’.
– ‘De door de overheid gereguleerde teelt kan de indruk wekken dat het wel mee valt met de gevaren en daardoor drempelverlagend werken op het gebruik. Immers, “de overheid keurt cannabis goed”.’
– ‘Niet-gebruiken blijft de enige effectieve manier om risico’s te voorkomen.’

Kennelijk vindt het Trimbos Instituut ieder gebruik van cannabis een probleem. Hun bezwaren tegen legalisering en tegen de wietproef lijken sprekend op die van paus Benedictus tegen condooms: ze geven een vals gevoel van veiligheid (want geen 100% bescherming), zetten aan tot meer onveilig gedrag, en geven het signaal dat buitenechtelijke seks is ‘goedgekeurd’.

Stel je dus maar in op een onvervalste Just Say No To Drugs-folder. Dat zulke campagnes in andere landen geen effect hadden? Dat ze zelfs leidden tot een hoger en riskanter druggebruik? Ach, wat maakt het uit.

Conclusie: bel je huisdealer maar vast!
Dit experiment is een gemiste kans. De kweker moet werken met flauwekulregels, die de wiet niet beter maken, maar waarschijnlijk wel (fors) duurder. De klant krijgt een product dat hij niet meer kan ruiken, met een betekenisloos etiket en een hel-en-verdoemenis-folder.

Voor je hasj moet je straks al uitwijken. Naar de coffeeshop? Nee, naar de informele dealer! Want in een experimentgemeente mag geen enkele coffeeshop meer hasj verkopen. En wie weet verkoopt jouw huisdealer ook wel wiet. Die je wél mag ruiken. Die goedkoper is. En waarvan je het effect wél kunt bespreken met de verkoper.

Wat een gemiste kans.

Noten
[1]: Ook mediwiet-producent Bedrocan geeft dit aan: een 10% THC-wiet kan in werkelijkheid best 8% zijn, of 12%. Canadese etiketten doen dit met ranges: “Deze wiet bevat 10% …. 20% THC”. Eén vast getal biedt een schijnnauwkeurigheid. Leuk voor de ambtenaren, maar zinloos.

De VOC Blog

Welkom bij het VOC, dé koepel van alle organisaties en individuen in Nederland die gekant zijn tegen het verbod op cannabis. Repressie is dure en contraproductieve symboolpolitiek. Wereldwijd vindt het Nederlandse beleid van decriminalisering steeds meer weerklank. Het is tijd voor de volgende stap: cannabis uit de strafwet.